Korthagen: begrijpen wat er gebeurt en ontdekken wat je ermee kunt doen
Soms gebeurt er iets in je leven waar je achteraf nog lang over nadenkt. Een gesprek loopt anders dan je had verwacht. Iemand zegt iets wat je diep raakt. Je reageert veel heftiger dan je eigenlijk wilde. Of je merkt dat je steeds opnieuw tegen hetzelfde probleem aanloopt.
Tijdens een gesprek kunnen we daar samen uitgebreid over praten. Toch merken we dat veel van wat we bespreken na een paar dagen alweer wat naar de achtergrond verdwijnt. Dat is niet vreemd. Op het moment zelf begrijp je misschien heel goed wat we bedoelen, maar zodra je weer midden in het gewone leven zit, is het lastig om dat inzicht opnieuw toe te passen.
Daarom gebruiken we regelmatig het Korthagen-spiraalmodel.
Het is geen ingewikkelde therapietechniek en je hoeft er geen psycholoog voor te zijn. Het is vooral een manier om even stil te staan bij wat er is gebeurd, te ontdekken wat er onder je reactie zit en vervolgens te kijken wat je een volgende keer anders zou kunnen doen.
En het mooie is: je kunt dit ook zelf.
Eerst even terug naar wat er gebeurde
De Korthagen-methode begint niet met de vraag: Wat had ik moeten doen?
We beginnen veel eenvoudiger: Wat is er eigenlijk gebeurd?
Dat lijkt misschien een vreemde vraag. Vaak denken we namelijk dat we precies weten wat er gebeurd is. Maar als je goed kijkt, merk je dat we gebeurtenissen snel vermengen met onze interpretatie ervan.
Bijvoorbeeld:
“Mijn collega negeerde mij.”
Dat is al een interpretatie.
Wat gebeurde er feitelijk?
“Ik zei goedemorgen en mijn collega zei niets terug.”
Dat verschil is belangrijk. Want zodra we onze interpretatie als feit beschouwen, wordt het veel moeilijker om nog andere mogelijkheden te zien.
Daarom gaan we bij Korthagen eerst terug naar de concrete situatie.
De vijf stappen
Je kunt de Korthagen-cyclus zien als een rondje met vijf stappen.
1. Wat gebeurde er?
Beschrijf de situatie in maximaal 5 zinnen met alleen de feiten: Wat gebeurde er? Wie waren erbij? Wat werd er gezegd of gedaan?
Probeer nog even niet te verklaren waarom iets gebeurde.
2. Wat deed, dacht en voelde ik?
Nu kijken we naar jezelf. Schrijf op wat je dacht (denken), wat je voelde (voelen) en wat je deed (handelen).
Wat je deed is vaakst het makkelijkst te omschrijven. Het is alsof je naar jezelf in een film kijkt. Wat je dacht op dat moment is ook belangrijk, want vaak zijn er gedachtenpatronen die we van jongs af aan meenemen en die invloed hebben op wat we voelen en doen, zonder dat we dat beseffen.
Wat je voelde gaat over alle emoties die in je omgaan en ook wat je in je lichaam voelde.
Je kunt bijvoorbeeld ontdekken:
“Toen hij dat zei, voelde ik spanning in mijn buik. Ik dacht meteen: hij vindt mij blijkbaar dom. Vervolgens werd ik kortaf.”
Hier beginnen vaak al interessante dingen zichtbaar te worden.
3. Wat was voor mij belangrijk?
Dit is de stap waarin we wat dieper gaan: Waarom raakte deze situatie jou eigenlijk? Welke overtuiging speelde mee? Waar was je bang voor? Wat had je nodig? Wat zegt deze situatie misschien over hoe jij naar jezelf of naar anderen kijkt?
Misschien ontdek je bijvoorbeeld:
“Ik merk dat ik het heel belangrijk vind dat anderen mij serieus nemen.”
Of:
“Ik ben blijkbaar heel gevoelig voor kritiek.”
Of:
“Als iemand boos op mij wordt, denk ik automatisch dat ik iets verkeerd heb gedaan.”
Dit soort inzichten zijn waardevol. Niet omdat je jezelf daarmee kunt veroordelen, maar omdat je iets begint te begrijpen over jezelf.
4. Welke andere mogelijkheden zijn er?
Nu komt de vraag:
Moet het de volgende keer hetzelfde gaan?
Misschien zijn er andere manieren om naar de situatie te kijken. Misschien kun je anders reageren. Misschien kun je iets anders zeggen. Misschien hoef je helemaal niets te doen.
Stel dat iemand niet reageert wanneer jij goedemorgen zegt.
Je eerste gedachte kan zijn:
“Hij negeert mij.”
Maar er zijn ook andere mogelijkheden: Misschien heeft hij je niet gehoord. Misschien was hij met zijn gedachten ergens anders. Misschien heeft hij een slechte dag. Misschien is hij inderdaad geïrriteerd.
Je weet het niet.
Door meerdere mogelijkheden toe te laten, ontstaat er ruimte tussen wat er gebeurt en hoe jij daarop reageert.
Schrijf alle alternatieven op die je kan bedenken, ook degene die je nooit zou uitproberen. Het dwingt je om breder te gaan kijken naar wat je vaak standaard in bepaalde situaties doet. Het geeft je een breder pallet aan opties.
5. Wat ga ik de volgende keer proberen?
Een inzicht is mooi, maar uiteindelijk wil je er iets mee kunnen doen. Daarom eindigt de cyclus met een concrete vraag:
Wat ga ik de volgende keer anders proberen? Welk alternatief uit stap 4 ga ik uitproberen?
Niet:
“Ik moet voortaan nooit meer zo reageren.”
Dat is meestal veel te groot.
Beter is:
“Als ik merk dat ik weer meteen denk dat iemand boos op mij is, ga ik eerst vragen wat er aan de hand is voordat ik conclusies trek.”
Dat is concreet. En het is iets wat je daadwerkelijk kunt uitproberen.
En dan begint de cyclus opnieuw
De volgende keer dat een vergelijkbare situatie ontstaat, kun je opnieuw kijken.
- Wat gebeurde er? – beschrijf de situatie in max. 5 zinnen met alleen de feiten.
- Wat deed, dacht en voelde ik? – beschrijf alles wat je deed, dacht en voelde.
- Wat was belangrijk voor mij?
- Welke andere mogelijkheden zijn er? – beschrijf alle mogelijke alternatieven die je kan bedenken.
- Wat wil ik de volgende keer proberen?
Zo wordt Korthagen geen eenmalige oefening, maar een manier om steeds beter te leren begrijpen hoe jij reageert.
En misschien ontdek je na verloop van tijd bepaalde patronen.
- Bijvoorbeeld dat je bij kritiek altijd dichtklapt.
- Of dat je bij conflicten juist heel boos wordt.
- Of dat je automatisch verantwoordelijkheid neemt voor problemen die eigenlijk niet van jou zijn.
- Of dat je steeds probeert anderen tevreden te houden.
Dat zijn belangrijke ontdekkingen. Want wat je niet ziet, kun je ook moeilijk veranderen.
Je hoeft het niet alleen te doen
Je kunt de Korthagen-cyclus natuurlijk zelf gebruiken. Maar je hoeft er ook niet alleen voor te staan. Als je bij ons in begeleiding bent, kunnen we samen met je door de verschillende stappen heenlopen.
Je kunt bijvoorbeeld een situatie meenemen die je bezighoudt en zeggen: “Ik wil deze situatie eens met Korthagen bekijken.”
Dan hoeven we niet meteen een oplossing te bedenken. We kunnen eerst rustig onderzoeken wat er precies gebeurde, wat er bij jou gebeurde en waarom deze situatie zo’n effect op je had.
Soms kom je daardoor tot een inzicht waar je zelf nooit op was gekomen. En soms blijkt juist dat het probleem heel anders in elkaar zit dan je aanvankelijk dacht.
Een voorbeeld uit het dagelijks leven
Stel: je stuurt iemand een bericht en krijgt urenlang geen antwoord.
Je denkt:
“Hij is boos op mij.”
Je voelt je onzeker en besluit vervolgens zelf ook niets meer te sturen.
Met Korthagen kun je daar even bij stilstaan.
1: Wat gebeurde er?
Ik stuurde een bericht met een vraag waar ik mee worstelde en waar ik graag zijn input op wilde krijgen. Ik kreeg vier uur geen antwoord. Ik bleef op mijn telefoon kijken of hij mij bericht al gelezen had.
2: Wat deed, dacht en voelde ik?
Handelen: verschillende keren mijn bericht teruglezen, om het kwartier checken of hij al gereageerd had, ik trok me in mezelf terug.
Voelen: onzeker, gespannen, angstig omdat ik niet wist waar ik aan toe was, geïrriteerd, bezorgd.
Gedachten: Waarom antwoordt hij niet? Heb ik iets verkeerd geschreven? Je kan toch wel laten weten dat je het bericht hebt gezien en even laten weten dat je er later op terug komt? Als je de moeite niet neemt om te antwoorden, laat dan ook maar. Hij weet toch dat het belangrijk voor mij is om even terugkoppeling te krijgen? Is er iets aan de hand wat ik niet weet? Heeft hij een ongeluk gehad?
3: Wat was belangrijk voor mij?
Ik ben bang voor wat de ander van mij vindt.
4: Welke andere mogelijkheden zijn er?
Misschien heeft die persoon het bericht nog niet gezien. Misschien is hij druk. Misschien weet hij niet wat hij moet antwoorden. Misschien is hij inderdaad boos. Je kunt het voor de ander niet invullen (NIVEA: niet invullen voor een ander), want je weet het gewoonweg niet.
Alternatieven:
– ik had hem kunnen bellen, toen ik me zorgen begon te maken
– een late reactie betekent niet dat hij me niet leuk vindt of mijn vraag stom vindt
– ik had in het bericht kunnen vragen een korte melding te geven wanneer hij het gelezen zou hebben
– ik had eerst kunnen bellen met de vraag of hij mee zou willen denken voordat ik het bericht stuurde
– ik had iets anders kunnen gaan doen, zodat ik afgeleid zou zijn van zijn mogelijke antwoord
– ik had de vraag kunnen sturen net voordat ik een andere afspraak zou hebben, zodat ik niet zou wachten op zijn antwoord
– in plaats van allemaal dingen over hem denken en geïrriteerd te zijn, had ik me kunnen bedenken dat ik niet weet waar hij is en wat hij doet. Misschien heeft hij helemaal niet de mogelijkheid om nu te antwoorden. (verwachtingen aanpassen)
– de vraag naar meerdere mensen sturen, zodat ik meer verschillende kanten van de vraag terug ontvang. Daarmee zou het gewicht van dat ene bericht aan hem anders worden.
5: Wat ga ik de volgende keer proberen?
Een volgende keer ga ik eerst bellen met de vraag of hij mee wil denken. Dan kan ik ook gelijk vragen wanneer hij daarvoor tijd zou hebben, zodat ik beter weet waar ik aan toe ben en hij weet dat het voor mij een spannend onderwerp is.
De situatie is daarmee niet automatisch opgelost, maar jouw reactie op soortgelijke situaties kan wel veranderen. En precies daar zit de kracht van deze methode.
Zie Korthagen niet als een examen
Je kunt de vijf stappen niet “fout” maken. Het gaat er niet om dat je het perfecte antwoord geeft. Het gaat erom dat je leert stilstaan.
Bewust stilstaan en stapsgewijs de vragen te beantwoorden (en schrijf ze op), helpt om beter te begrijpen wat er eigenlijk is gebeurd in de situatie en met jou in die situatie. De ene keer ben je snel klaar, de andere keer duurt het langer voordat het duidelijk wordt wat er nu eigenlijk allemaal gebeurt. De stappen helpen je om alle aspecten te zien, sla er niet één over.
En soms kom je ergens uit waarvan je denkt: “Aha, nu begrijp ik waarom ik hier zo sterk op reageer.”
Dat kan een belangrijk moment zijn, die je reactie in andere situaties ook verklaart. En met stap 4 ontwikkel je andere alternatieven in soortgelijke situaties. Kies er één en probeer die uit. Werkt die beter: super! Werkt die ook niet zo goed, dan probeer je een ander alternatief. Met het uitproberen van een alternatief ontstaat een nieuwe situatie waarbij je weer kan reflecteren. En zo groei je in jezelf kennen en omgaan met verschillende persoonlijke thema’s en situaties.
Een handig hulpmiddel voor thuis
Wanneer iets je blijft bezighouden, pak dan eens papier of je telefoon en schrijf de vijf vragen op:
- Wat gebeurde er?
- Wat deed, dacht en voelde ik?
- Wat was voor mij belangrijk?
- Welke andere mogelijkheden zijn er?
- Wat wil ik de volgende keer proberen?

Je hoeft geen lange teksten te schrijven. Een paar woorden per vraag kunnen al genoeg zijn.
En als je ergens vastloopt, neem het mee naar onze volgende afspraak en dan kijken we er samen naar.
Want het doel van Korthagen is uiteindelijk niet dat je alles zelf moet kunnen oplossen. Het doel is dat je jezelf steeds beter leert begrijpen en je bewuster kunt kiezen hoe je met situaties omgaat.
Niet alles wat je voelt is een feit. Niet iedere gedachte vertelt de waarheid. En niet iedere reactie hoeft automatisch dezelfde te blijven.
Soms begint verandering simpelweg met even stilstaan en jezelf afvragen: Wat gebeurde hier eigenlijk met mij?


