Poepschep

Leestijd / Lesezeit / Reading time: 5 min
image_print

Laatst vroeg iemand mij bloedserieus of ik mijn poep ook met een schepje uit mijn huis verwijderde.

Toen ik zei: “Natuurlijk niet”, kreeg ik direct te horen dat ik dus geen echte christen was en mijn leven moest beteren. Geen grap.

Zijn redenering was simpel: als je zegt dat je christen bent, moet je ook álles doen wat in de Bijbel staat. Doe je dat niet, dan moet je volgens hem ook zwijgen over wat anderen doen of laten.

Toen werd duidelijk dat het helemaal niet om een poepschep ging. Dat was slechts de opstap naar zijn echte punt.

Ik moest eerlijk gezegd wel lachen. Hij probeerde een Bijbeltekst te gebruiken om vervolgens zijn eigen standpunt te verdedigen. Creatief bedacht ook. Aan de manier waarop hij het bracht, merkte ik dat hij dit gesprek al vaker had gevoerd. Blijkbaar liepen de meeste christenen vast, kwamen met het bekende: “Dat Oude Testament geldt niet meer”, of liepen gewoon weg.

Dat verbaasde hem dan ook toen ik wel bleef staan. We zijn rustig samen gaan kijken naar de tekst waar hij op doelde.

U moet buiten het kamp een plaats hebben waar u naartoe kunt gaan. Ook moet u een schepje bij uw uitrusting hebben, en het moet gebeuren, als u buiten uw behoefte doet, dat u met dat schopje een kuiltje graaft en uw uitwerpselen weer toedekt. (Deuteronomium 23:13)

Op het eerste gezicht is het een opvallende wet.

Doe jij dat? Met een schepje naar buiten?

Waarschijnlijk niet.

Zijn conclusie was daarom logisch: “Zie je wel. Die wetten zijn verouderd. We kiezen gewoon welke regels we nog wel en niet volgen.”

En eerlijk gezegd snap ik die reactie. Want als dat waar is, wordt de Bijbel inderdaad een pick and choose-boek. Deze regel bevalt me wel, die andere niet, dus die laten we maar zitten.

Toen ik zei dat ik hem daarin gelijk gaf, veranderde de sfeer. Want ook ik geloof niet dat we zomaar stukjes uit Gods Woord kunnen schrappen.

Dus hoe zit het dan wél?

Jezus zelf geeft het antwoord.

In Mattheüs zegt Jezus zelf:

Denk niet dat Ik (Jezus) gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen.
Want Ik zeg u: Als uw gerechtigheid niet overvloediger is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan.
Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is.
Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen.(Mattheüs 5:17-19)

Jezus zegt niet dat de wet verdwijnt. Integendeel. Hij vervult haar en laat zien wat Gods bedoeling erachter is. Zelfs niet één jota of tittel mag zomaar verdwijnen. God verandert niet. Dus als Hij een wet geeft, doet Hij dat nooit zonder reden.

Dus… de poepschep?

De context helpt enorm: de Israëlieten in de woestijn.

Israël leefde in een kamp midden in de woestijn. Geen riolering. Geen toiletten. Zonder duidelijke regels zouden ziektes zich razendsnel verspreiden.

De kern van deze wet is daarom helemaal niet: “Gebruik altijd een schep.”

De kern is: zorg goed voor jezelf. Voorkom ziekte. Bescherm het leven dat God je gegeven heeft.

Waarom hadden de Israëlieten zulke concrete, soms bijna overdreven gedetailleerde wetten nodig, terwijl wij vandaag de achterliggende principes vaak vanzelf begrijpen?

Waarom moest God bijvoorbeeld voorschrijven dat mensen hun uitwerpselen moesten begraven? Was dat niet gewoon logisch?

Het antwoord ligt niet in het feit dat de Israëlieten minder intelligent waren of dat ze geen gezond verstand hadden. Het gaat om iets veel diepers: De manier waarop de Heilige Geest in mensen werkte, was in het Oude Testament compleet(!) anders dan na de komst van Christus. Pinksteren was nog niet geweest.

Na Pinksteren zien we die nieuwe werkelijkheid:

En Hij, wanneer Hij (De Heilige Geest) gekomen is, zal de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel: (Johannes 16:8)

En Paulus schrijft:

1 Korinthiërs 6:19 Of weet u niet dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u is, die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?

Dat is het grote verschil met het Oude Testament. De Heilige Geest was er toen ook al wel, maar met de komst van Christus en Pinksteren kwam er iets nieuws: Gods Geest woont nu blijvend in iedere gelovige. Dat is een enorm verschil.

Een christen leeft dus niet alleen met regels van buitenaf, maar met Gods Geest van binnenuit. De Heilige Geest overtuigt ons van zonde, leert ons Gods wil begrijpen en opent onze ogen voor wat goed en verkeerd is.

Zonder die werking van de Heilige Geest zien we dingen vaak niet zoals God ze ziet. Dan heb je duidelijke voorschriften nodig die van buitenaf aangeven wat wel en niet goed is. Precies daarom gaf God Israël zulke concrete wetten, inclusief die poepschep.

Met de komst van Christus en de inwoning van de Heilige Geest verandert nu ineens de situatie. De wet staat niet meer alleen op stenen tafelen buiten ons, maar God schrijft Zijn wil in het hart van Zijn kinderen.

Niet minder gehoorzaamheid dus, maar een diepere gehoorzaamheid.
Niet alleen weten wat God zegt, maar ook leren begrijpen waarom Hij het zegt.

Meer dan alleen praktische regels

Vandaag hoeven we geen kuiltjes meer te graven, maar de bedoeling van die wet is nog steeds hetzelfde: draag zorg voor het lichaam dat God je heeft gegeven. Dat raakt niet alleen hygiëne, maar ook voeding, beweging, rust en alles wat invloed heeft op lichaam en geest.

Dat is precies wat Jezus steeds doet. Hij haalt de wet niet weg, maar verdiept haar.

De Israëlieten konden Gods wet nooit volmaakt houden. Daarom kwam Christus. Hij vervulde de wet volledig. Daardoor worden gelovigen niet beoordeeld op hun eigen volmaaktheid, maar op Zijn volmaakte gerechtigheid.

De oude wetten zijn dus niet waardeloos geworden. Ze wijzen nog altijd naar Gods karakter en Zijn bedoeling. Vaak gaat die bedoeling zelfs veel verder dan de letter van de wet.

Ook bij een poepschep.

En precies daar begon ons gesprek pas echt.

Want als het uiteindelijk niet meer om die schep gaat, maar om de bedoeling erachter, dan ontstaat vanzelf de volgende vraag:

Hoe houd ik mezelf vandaag eigenlijk schoon?

Niet alleen na een toiletbezoek, maar ook geestelijk. Tussen de oren.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *