Innerlijke spanning
Ze vertelt dat ze een innerlijke spanning ervaart, waar ze niet bij kan, maar die wel constant aan het zeuren is. Ze moet iets doen, maar weet niet wat, worstelt er mee. Ze weet niet waar hij vandaan komt, waardoor hij veroorzaakt wordt en hoe ze er af moet komen. Tijdens het vertellen wringt ze haar handen samen voor haar borst, daarmee letterlijk uitbeeldend wat de spanning met haar doet.
Vandaag in de therapie werken we uit beweging. Eerst ervaren we wat welke beweging met je doet. Bij elke beweging – rechte lijnen, golflijn, hoekige vorm en cirkelbeweging – wordt er geëxperimenteerd met snelheid, intensiteit en grootte van bewegen. Deze informatie wordt vervolgens gebruikt om één van de gevoelskaartjes die bij de start gekozen zijn uit te beelden.
Ze kiest de innerlijke spanning en gebruikt daarbij de hoekige vorm. Ze gebruikt de spanning om hem op papier te krijgen.
De volgende opdracht is om hetzelfde gekozen gevoel uit te beelden via een collage.

Hier gebruikt ze dezelfde hoekige vorm.
“Het is alsof ik in een doos zit, ik kan er niet uit, ik kan niet zien wat er buiten de doos zit. Het geeft me het gevoel dat ik verdrink. Maar ik kon geen plaatje vinden van water. Dus het is een stapel kleren geworden waar ik onder zit.”
Het effect van de innerlijke spanning is hiermee heel duidelijk gemaakt, wordt letterlijk tastbaar.
Een eerste stap om te ontdekken waar de spanning vandaan komt en waardoor hij veroorzaakt wordt.


