Evangelisatie: voor we een gesprek starten.
Een vraag die we periodiek krijgen is hoe wij een gesprek beginnen als het om evangelisatie draait. Onderstaand een aanpak hoe wij dat aan deze kant doen.
In het land waar wij nu werken gaat maar 0.35% naar een protestantse kerk. Oftewel, er is nog heel, heel veel te doen aan deze kant en we maken dus ook keuzes waar we onze talenten, die ons gegeven zijn, zo effectief mogelijk in kunnen zetten. Hoe effectiever hoe beter. Want ook in onze dagen zitten maar 24 uur. Voordat we vaak een gesprek aangaan kijken we bijvoorbeeld al of het gesprek wel een echt gesprek kan zijn met een echte inhoud.
Stel, we hebben een gesprek met iemand waar het heel slecht mee gaat (en de meeste gesprekken die we hebben vallen in die doelgroep). Zo slecht dat we zelf nooit een antwoord kunnen geven wat menselijk gezien goed zou kunnen zijn. Heel simpel gezegd: wij zijn God niet en kunnen dus ook niet alles oplossen. God kan dat wel, dus als we het al willen hebben over een oplossing, dan moet een gesprek over wie God is wel überhaupt mogelijk zijn. Als iemand dus willens en wetens, direct aangeeft daar niets over te willen horen, kan er dan wel een gesprek zijn??? Wil iemand niet iets over God weten, dan kan de keuze zijn om verder te gaan en met iemand anders, die daar niet direct negatief tegenover staat, wel een gesprek aan te gaan.
Stel dat iemand te veel alcohol naar binnen heeft gewerkt. Dan is dat niet het juiste moment om een gesprek aan te gaan, want ook dat gesprek zou “vals” zijn op dat moment, en dus beginnen we er dan ook niet aan. Een ander voorbeeld kan zijn dat iemand onder groepsdruk denkt te moeten vragen om hulp, maar als je een beetje doorvraagt staat die persoon er zelf helemaal niet achter en zoekt eigenlijk geen hulp, maar ja… die groepsdruk. En zo zijn er meer dingen die we uitsluiten. (klik)
Met al die “wasmachines” (normaals, er zijn er meerdere, dit zijn maar een paar voorbeelden) aan de voorkant zorgen we heel efficiënt kunnen zijn in de tijd die we hebben en we efficiënt kunnen omgaan met de talenten die we hebben gekregen. Als iemand het bijvoorbeeld dus absoluut niet over God wil hebben, dan zien we dat dus ook niet als “vloek” maar als “zegen”. Liever een eerlijk “nee”, dan een vals “ja”. En dan komt het…..
Mensen hebben aan niets zo’n hekel als aan een dubbele agenda / spelletjes. Vroeger of later krijgen ze door dat je “spelletjes” met ze hebt gespeeld en dan gaat de deur echt dicht. En terecht. Vandaar dat we heel helder zijn in wat we doen, waarom en voor wie.
Die aanpak geeft heel veel kansen! Dat betekent ook dat we daardoor vaak wel weer goede gesprekken hebben over wie God is, ondanks dat iemand er eerst niets over wilde weten. We drukken niemand “iets door de strot” en dat alleen al zeggen tegen die persoon geeft vaak juist ruimte om wel een gesprek te hebben met inhoud. Die duidelijkheid en eerlijkheid lijkt dus deuren te sluiten, maar opent juist vaak deuren die eerst dicht leken te zijn! Ja, ja, dat is een doordenker! Wees duidelijk en eerlijk wat je intenties zijn en steek dat niet onder stoelen of banken. De kans van slagen in onze praktijk is daardoor ook een stuk groter!
Verder is het voor ons ook makkelijker, want als iemand niet weet dat je christen bent, en (even fictief) je kent die persoon al 10 jaar, hoe open je dan nog een gesprek? Dat is best ingewikkeld. Het is een stuk makkelijker als je direct, heel eerlijk, vanaf stap 1, heel duidelijk bent over wie je bent en wat je doet. Dat “wast” en “opent deuren” die anders gesloten blijven tot je een “ons weegt”.
En waarom doen we dat dan weer?
Maar als zij niet in Hem geloven, hoe kunnen zij Hem dan aanroepen? En als zij nooit van Hem gehoord hebben, hoe kunnen zij dan in Hem geloven? Als niemand hun over Hem vertelt, hoe kunnen zij het dan horen? Wie zal het hun vertellen, als hij niet gestuurd is? Daarover staat in de Boeken: ‘Wat heerlijk klinkt het geluid van de voeten van de brengers van het goede nieuws!’
Romeinen 10:14-15
Ook dat vers is een deel van de “wasmachine”. Want je moet wel Het Goede Nieuws vertellen, want anders gaat het nergens over als we het over evangelisatie hebben. Dan heb je wellicht een leuk gesprek over koetjes en kalfjes, maar dat is geen evangelisatie. Een “we kijken wel hoe het gaat en als het er wel van komt, is het mooi” is dus ook niet de aanpak die we kunnen kiezen met het vers van Romeinen 10:14-15 in de hand. Koetjes en kalfjes doen we dus niet tot zo weinig mogelijk aan want die zijn al heel snel niet effectief voor dat doel. In dit vers staat letterlijk wat God aan ons (en ook aan de mede lezer, als christen) vraagt, dus dat doen we ook. Heerlijk, helder en daarmee ook efficiënt en zonder stress.
En dan.. dan moet het gesprek nog beginnen! En daarmee gaan we door naar het volgende deel: hoe verloopt een evangelisatie gesprek? (wordt vervolgd, komt binnen 2 weken online)
Ps. bovenstaand is een voorbeeld hoe we het aan deze kant aanpakken met de roeping die wij hebben en met de gaven die wij hebben. Aangezien E haar gaven weer anders zijn dat M zijn gaven, is de aanpak dus soms ook verschillend. Laat staan voor jou als lezer, jij hebt weer andere gaven en een andere roeping dan ons gekregen en dus zal jou aanpak dus ook moeten passen bij je eigen roeping en gaven. Met bovenstaand proberen we wel iedereen aan het denken te zetten: hoe zou ik het, zo efficiënt mogelijk, aanpakken met de roeping en de gaven die ik heb. Niet voor mijn eigen eer en glorie, maar voor God Zijn eer en glorie waarvoor jij aan het werk bent.


