De Schemeroorlog 2.0: Warmer dan de Koude Oorlog ooit was.
Ik ga het toch doen, ik ga het toch schrijven, want negeren helpt niets. Dus hier gaan we dan:
Het is een term die we zelden horen, maar die des te relevanter lijkt in onze huidige tijd: de Schemeroorlog (Phoney War). De periode aan het begin van de Tweede Wereldoorlog waarin het Westen formeel in oorlog was met nazi-Duitsland na de invasie van Polen, maar er aan het Westelijk Front nauwelijks actie was. Een tijd van ongemakkelijke stilte, waarin men hoopte op een diplomatieke oplossing, terwijl de dreiging almaar groeide. Terwijl ik de geschiedenisboeken over deze periode herlees, bekruipt mij een huiveringwekkende gedachte: leven we niet opnieuw in zo’n Schemeroorlog?
De Schemeroorlog vindt plaats in onze spreekkamers
Formeel is “het Westen” niet in oorlog met Rusland en is Rusland ook niet in oorlog met “het Westen”. De regeringen benadrukken dat we geen directe confrontatie zoeken, dat “onze” soldaten niet aan het front vechten. Dit is het officiële praatje: we zijn waarnemers die humanitaire en materiële hulp bieden.
Maar de werkelijkheid, vanuit ons professionele perspectief, is een stuk directer, complexer en angstaanjagender. In ons werk, pastoraat, therapie, counseling, of dat nu in Nederland, Duitsland, Polen of elders is, zien we dagelijks de onweerlegbare bewijzen van deze oorlog. De bewijzen van de Oekraïense oorlog zijn niet beperkt tot videobeelden op het nieuws; ze zitten tegenover ons in de stoel. En let wel, dat zijn niet alleen de Oekraïners die we spreken in deze setting, maar ook de Russen en de Wit-Russen spreken we. Allemaal zitten ze in hetzelfde schuitje, en allemaal worstelen ze met deze ellende. Wij zien de slachtoffers van die oorlog, mensen die huis en haard zijn ontvlucht, met oorlogstrauma’s. Vrouwen, mannen, en kinderen die de geluiden van artillerie, de geur van brand, de paniek van de vlucht en het verlies van dierbaren met zich meedragen. Mensen die hun land ontvlucht zijn omdat ze niet willen vechten tegen hun buren. Hun angst, hun slapeloosheid, hun dissociatie: dit is geen abstract conflict ver weg. Dit is de rauwe, menselijke tol, dagelijks in onze spreekkamer.
Ik kan deze Schemeroorlog niet zien als een geopolitieke theorie, maar als de dagelijkse, verwoestende realiteit. Wij behandelen de geestelijk gewonden van een oorlog waar we officieel ‘geen deel van uitmaken’. Waar ze ook vandaan komen, Rusland, Wit-Rusland of Oekraïne, allemaal slachtoffers van alweer een politiek spel waar niemand op zat te wachten. Dit is de ongemakkelijkste waarheid van onze moderne Schemeroorlog: de fysieke grens mag dan intact zijn, maar de psychologische en menselijke grenzen zijn al lang overschreden. De oorlog heeft ons bereikt, niet met tanks, maar met tienduizenden getraumatiseerde mensen die nu in onze samenlevingen een veilig heenkomen zoeken. En die tanks… we hopen dat ze niet zover deze kant op komen, maar we zijn er bang voor.
Warmer dan de Koude Oorlog ooit was
Dit gebrek aan een duidelijke benaming brengt mij bij een andere historische vergelijking: de Koude Oorlog (ca. 1947-1991). Toen noemden we de dreiging wél een ‘oorlog’, ondanks dat het een conflict van ideologieën was, gekenmerkt door spionage, wapenwedloop en proxyconflicten ver buiten Europa. De cruciale factor was dat de NAVO en het Warschaupact elkaar niet direct raakten; de dreiging hield het ‘koud’.
En wat hebben we nu? Een situatie die wij officieel ‘niets’ noemen, maar die vele malen ‘warmer’ is dan de Koude Oorlog ooit was. Het is de paradox van deze tijd: een conflict dat we niet de Koude Oorlog 2.0 willen noemen, maar dat de risico’s en de intensiteit van beide combineert. Wat we nu ervaren is een Warme Schemeroorlog, een “conflict” waarbij we formeel niet vechten, maar dat extreem heet en direct is in zijn effect op onze samenlevingen en de mensen die we behandelen.
De Grote Vraag: De Valstrik van Versailles
Dit alles leidt tot de ongemakkelijkste vraag voor de toekomst: leren we van de grootste fout uit de 20e eeuw?
De Tweede Wereldoorlog was het effect van het niet netjes afronden van de Eerste Wereldoorlog. Het Verdrag van Versailles was een punitieve vrede: Duitsland werd ‘klemgezet’ door onbetaalbare herstelbetalingen en militaire beperkingen. Die cocktail van economische ellende en nationale wrok schiep een perfecte voedingsbodem voor extremistische ideologieën.
Als wij nu de acties van het Westen (sancties, isolatie, juridische stappen) tegen Rusland zien, is de parallel duidelijk. Rusland wordt op een vergelijkbare, zij het omgekeerde, manier klemgezet in reactie op de gekozen agressie. De valkuil is hier om een vrede te creëren die de basis legt voor de volgende oorlog.
De Grote Fout: Rode Lijnen Genegeerd
Naast het falen van de vrede van 1919, is er een andere waarschuwing uit de jaren dertig die we niet mogen negeren: de Verzoeningspolitiek (Appeasement).
De meest huiveringwekkende historische parallel ligt in het negeren van de duidelijke signalen en ‘rode lijnen’ van een grootmacht. Tussen 1936 en 1939 negeerde het Westen de waarschuwingen die voortkwamen uit Hitlers agressieve stappen (Rijnland, Sudetenland), hopend de vrede te bewaren. Dit had een totale oorlog tot gevolg.
Nu zien we een vergelijkbare dynamiek: Rusland heeft de afgelopen decennia herhaaldelijk gewaarschuwd dat de uitbreiding van de NAVO en de EU oostwaarts, met name richting Oekraïne, een ‘rode lijn’ was. Het Westen koos ervoor deze waarschuwingen te negeren, vanuit het legitieme principe dat soevereine landen hun eigen bondgenootschappen mogen kiezen.
De fout ligt in de gevaarlijke gemeenschappelijke noemer: het falen om de strategische of politieke intenties van een grootmacht correct in te schatten en erop te reageren, leidt tot een explosie van conflict. In de jaren dertig leidde het negeren van de waarschuwingen tot de Tweede Wereldoorlog; nu heeft het geleid tot de daadwerkelijke oorlog in Oekraïne en onze Warme Schemeroorlog.
De Escalatie onder de Radar
Net als in 1939, toen Frankrijk en het VK de oorlog verklaarden, maar de actie uitbleef, zien we nu een vergelijkbare dynamiek: we steunen Oekraïne met miljarden aan wapens en financiële middelen. Zonder deze steun zou Oekraïne het niet redden. Dit is een massale, onmisbare ondersteuning die ons de-facto partij maakt in dit conflict. Maar we noemen het geen oorlog. We noemen het ‘steun’, ‘hulp’, ‘solidariteit’. Een eufemisme voor een betrokkenheid die dieper gaat dan we willen toegeven. Ondertussen vindt de escalatie al plaats, maar onder de radar:
- Sabotage en Hybride Oorlog: Spoorlijnen in Polen zijn gesaboteerd. Drone-incidenten, cyberaanvallen, aanvallen op kritieke infrastructuur in de EU, zorgen voor een ijzige spanning. Dit zijn geen incidenten; dit zijn oorlogshandelingen, verpakt in het grijs van ‘hybride oorlogvoering’.
- De inzet van westerse wapens tegen Rusland: De Verenigde Staten en verschillende Europese landen hebben Oekraïne toestemming gegeven om met de geleverde westerse wapens (zoals HIMARS-raketten of vergelijkbare systemen) militaire doelen op Russisch grondgebied nabij de frontlinie aan te vallen. Hoewel dit primair is gericht op militaire posities en troepenconcentraties, worden deze wapens ook gebruikt om luchtverdedigingsbatterijen (zoals S300/400-systemen, bijvoorbeeld nabij Belgorod) en andere militaire infrastructuur te vernietigen. De dreiging dat deze wapens worden ingezet tegen bredere logistieke en energienetwerken in Rusland is reëel, en de VS is zelfs van plan om Kiev inlichtingen te geven over mogelijke aanvallen op olieraffinaderijen en elektriciteitscentrales in Rusland. Dit brengt ons op een nog heter punt van directe betrokkenheid.
- Wapenwedloop in de luwte: Terwijl we formeel neutraal zijn, is onze industrie en onze politiek volledig gefocust op de oorlog. Net als de geallieerden in 1939-1940 (toen ze massaal materieel probeerden op te bouwen), zijn we nu bezig met het opschroeven van wapenproductie en het aanpassen van defensiebudgetten.
We zijn bang voor directe, ‘hete’ confrontatie, en terecht. De dreiging van nucleaire escalatie is reëel. Maar net zoals de angst voor Duitse represailles in 1939 leidde tot terughoudendheid, zorgt de angst voor een totale oorlog nu voor een politieke passiviteit in het erkennen van onze daadwerkelijke betrokkenheid.
De gevaarlijke illusie van Vrede
De geschiedenis leert ons dat een Schemeroorlog zelden lang duurt. De stilte is vaak de voorbode van een storm. In 1940 dachten de geallieerden dat ze nog tijd hadden, dat ze in 1941 of 1942 klaar zouden zijn voor een aanval. De werkelijkheid was dat Hitler al in mei 1940 toesloeg in Nederland, en het Westen volkomen verrast werd. Lopen we nu hetzelfde risico? Terwijl wij de retoriek van ‘niet in oorlog’ aanhouden, is het toch echt tijd om de realiteit onder ogen te zien:
- De oorlog is hier al. Wij zien de slachtoffers iedere dag in onze praktijk. De oorlog heeft onze samenlevingen geïnfiltreerd via trauma, angst en onzekerheid.
- Wij zijn partij. De enorme materiële steun maakt ons onlosmakelijk verbonden met de uitkomst van het conflict.
- De stilte kan bedrieglijk zijn. De hybride aanvallen en de economische mobilisatie van de tegenstander tonen aan dat de oorlog elders al volop bezig is, in afwachting van het ‘Westfeldzug’ van nu.
Het is doodeng, deze echo uit het verleden. We moeten ons afvragen of we niet te veel vasthouden aan de illusie van vrede en onbetrokkenheid. Het is cruciaal dat we de realiteit van de Schemeroorlog 2.0 erkennen. Niet alleen op het slagveld, maar ook in de spreekkamers van Europa. Alleen dan kunnen we ons op de juiste manier voorbereiden op wat komen gaat, en vooral: de historische valkuilen van zowel het negeren van de dreiging als het creëren van een vernederende vrede, vermijden.
De oorlog is al begonnen; hij heeft alleen nog niet het ‘hete’ label gekregen. Maar de slachtoffers zijn er, en wij behandelen hun wonden. Groeten uit Schwerin.
Ps. vinden we het zorgelijk? Ja. Maken wij ons persoonlijk zorgen? Nee:


