Waarom het niet bijbels is om je vandaag een apostel te noemen
Het blijft me telkens weer verbazen: zo’n één of twee keer per jaar vraagt iemand of ik een apostel ben. Blijkbaar leeft die vraag best vaak, vooral omdat er in sommige kringen mensen zijn die zichzelf “apostel” noemen. Het klinkt indrukwekkend, bijna als een titel waar je niet omheen kunt: ze zijn Apostel, dus je moet wel luisteren. Maar ik vraag me dan af: klopt dit eigenlijk wel met wat de Bijbel zegt? Kun je jezelf tegenwoordig tot apostel benoemen, of kan een kerk dat ambt zomaar aan iemand geven?
De Bijbel gebruikt het woord “apostel” namelijk heel specifiek. Het gaat niet om een algemene leider, maar om een bijzondere groep mensen die God zelf heeft uitgekozen om het fundament van de kerk te leggen.
De roeping van de apostelen
Jezus koos zelf de twaalf apostelen. Marcus 3:14 zegt:
“En Hij stelde er twaalf aan, opdat zij met Hem zouden zijn en opdat Hij hen zou uitzenden om te prediken.”
Hun belangrijkste kenmerk was dat ze ooggetuigen waren van Jezus’ leven, sterven en opstanding. Petrus legt dit uit toen er een vervanger voor Judas moest worden gekozen:
“Eén van de mannen, die met ons omgegaan is gedurende de gehele tijd, dat de Here Jezus onder ons in- en uitging, beginnende van de doop van Johannes af tot de dag, dat Hij van ons werd opgenomen, moet met ons getuige worden van zijn opstanding.” (Handelingen 1:21-22)
Dat betekent: iemand kan alleen apostel zijn als hij persoonlijk door Jezus geroepen is en de opstanding gezien heeft.
Paulus als uitzondering
Sommigen zeggen: “Maar Paulus was toch later geroepen?” Dat klopt. Paulus noemt zichzelf “als een ontijdig geborene” (1 Korintiërs 15:8). Maar ook hij heeft de opgestane Jezus gezien en is door Hem persoonlijk geroepen (Handelingen 9). Paulus benadrukt dit steeds weer:
“Paulus, een apostel, niet van mensen, noch door een mens, maar door Jezus Christus en God, de Vader, die Hem opgewekt heeft uit de doden.” (Galaten 1:1)
Paulus is dus de uitzondering die de regel bevestigt.
Fundament, geen doorlopende functie
Efeziërs 2:20 zegt dat de gemeente gebouwd is:
“op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.”
Een fundament leg je één keer. Daarna bouw je erop verder. Daarom zie je in het Nieuwe Testament dat de apostelen als fundament dienen, en dat er daarna oudsten en herders worden aangesteld om de gemeente te leiden (Handelingen 14:23, 1 Timoteüs 3).
Er is dus geen enkele aanwijzing dat het “apostelschap” een doorlopende ambtstitel is die generaties later nog geldt.
Waarschuwing voor valse apostelen
De Bijbel is heel duidelijk: er zijn mensen die zich voordoen als apostel, maar dat niet zijn.
“Want zulke lieden zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus.” (2 Korintiërs 11:13)
Ook Jezus zelf spreekt hierover. In Openbaring 2:2 prijst Hij de gemeente in Efeze, omdat zij dit probleem herkende en er niet intrapte:
“Ik weet uw werken, en uw arbeid, en uw lijdzaamheid, en dat gij de kwaden niet kunt verdragen; en dat gij beproefd hebt degenen, die uitgeven, dat zij apostelen zijn, en zij zijn het niet; en hebt ze leugenaars bevonden.” (Openbaring 2:2)
Conclusie
Wie zichzelf vandaag “apostel” noemt (of laat noemen), gaat in tegen de Bijbel. Het apostelschap was uniek, verbonden aan ooggetuigen van Jezus en aan de eerste generatie die het fundament van de kerk legde.
We mogen vandaag blij zijn dat dat fundament er ligt. Onze taak is niet om nieuwe titels te claimen, maar om trouw te bouwen op Christus en het getuigenis van de apostelen.


