Geen afscheid. Geen bedankje…
Om een idee te geven van wat we hier doen en hoe een middag eruit kan zien, een sfeerbeeld van vijf uur. En als je moe wordt van het lezen… lees door.. dan snap je iets, een heel klein beetje waarom we soms echt “uit” zijn aan deze kant.
Ik (M) loop een gezin tegen het lijf. Roma uit Oekraïne. Vader, moeder, twee kleine kinderen. Gisteren zijn ze hier aangekomen. Eén nacht geslapen in de vluchtelingenopvang. Vanochtend weer buiten. Tenminste… dat is wat ze ons vertellen.
Beide ouders kunnen niet lezen of schrijven. Ze spreken alleen Oekraïens en Russisch. Vader is volledig in paniek. Vraagt of ze bij ons kunnen slapen. Ze hebben geen geld voor de trein naar — ja, naar waar eigenlijk? Dat blijft onduidelijk. Misschien morgen geld. Misschien niet. Moeder is leeg. Op. Geen energie meer. De kinderen zijn onrustig. Ze voelen alles.
We bellen Esther om via de telefoon te vertalen. Het verhaal komt in losse stukken. Onsamenhangend. Soms tegenstrijdig. Elk gesprek loopt via een omweg: Russisch naar Nederlands, Nederlands naar Duits, en weer terug.
Elk gesprek kost tijd. Veel tijd. En je voelt de druk bij alle partijen. Niet omdat mensen niet willen helpen — integendeel. Maar omdat je met verschillende instanties spreekt, verschillende loketten, verschillende mensen. Mensen die hun werk doen, die verantwoordelijk zijn, die ook tientallen andere situaties moeten afhandelen. Die daarom ook efficiënt moeten werken. En die druk voel je. In elk gesprek. In elke stilte. In elke nieuwe uitleg die weer vanaf nul begint.
Langzaam wordt duidelijk dat ze onderweg zijn naar een ander vluchtelingencentrum. Een stad waarvan de naam onverstaanbaar blijft.
Maar er klopt iets niet. Als je wordt overgeplaatst van opvang A naar opvang B, worden treinkaartjes geregeld. Altijd. Dit gezin heeft niets. Geen kaartjes. Geen duidelijke instructies. Alleen papieren in het Duits, die ze niet kunnen lezen. Nog een keer bellen. Nog een keer vertalen. Nog een keer beginnen.
Dan wordt het duidelijker. Ze zijn Duitsland binnengekomen via stad X. Daar zijn ze geregistreerd. Dat is waar ze horen te blijven. Je kunt hier niet zomaar naar een andere stad reizen en opnieuw beginnen. Zo werkt het systeem niet. Cultuurverschil. In hun wereld was er altijd wel iets te regelen. Hier bestaat “even regelen” niet.
Ondertussen bellen we weer de vreemdelingenpolitie.
Hun antwoord is helder. Zij hebben dit gezin gisteren naar het opvangcentrum gebracht. Daar moeten ze zijn. Daar moeten ze hun vragen stellen. Daar moeten eventuele treinkaartjes geregeld worden. En de politie is geen taxi. Helder.
Alleen ligt dat opvangcentrum twee uur lopen vanaf waar we nu staan. Twee uur. Met twee uitgeputte ouders. Twee kleine kinderen. Geen eten. Geen energie. Geen overzicht.
Ondertussen staat de politie letterlijk naast ons. Drie agenten. De gesprekken gaan heen en weer. Politie naar mij. Ik naar Esther. Esther naar het gezin. En weer terug. Steeds opnieuw. Steeds dezelfde cirkel. Uiteindelijk krijgen we het advies om naar de vluchtelingendienst te lopen, een kwartier verderop.
Dus dat doen we. Daar aangekomen blijkt: zonder afspraak kom je niet binnen. De afspraak moet online worden gemaakt. De bewaking houdt ons tegen. Maar ze geven wel een tip: dit gezin moet zich melden op locatie Y. Daar kunnen ze mogelijk helpen. Mogelijk.
We besluiten eerst te bellen. Ervaring leert dat je anders mensen opnieuw op pad stuurt, zonder garantie. Goede keuze. Locatie Y zegt direct: niet hierheen sturen. Zij zijn voor algemene vluchtelingen, niet voor Oekraïners. Daarvoor moeten we op locatie Z zijn. Dus: opvangcentrum niet. Vluchtelingendienst niet. Locatie Y niet. Locatie Z.
Vertaal dat maar eens. Telefonisch. Terwijl een vader in paniek raakt en niemand meer vertrouwt.
We regelen koffie. Ook dat hoort erbij. Maar dat moet je wel “even” regelen, in alle chaos. Iets kleins dat helpt om iemand weer even mens te laten zijn, in plaats van een dossier. Na vijf uur bellen, lopen, wachten, uitleggen en opnieuw beginnen, komen we aan bij locatie Z.
Daar verandert alles.
Daar spreken ze Russisch. Daar begrijpen ze de situatie direct. Daar weten ze wat ze moeten doen. Het gezin wordt meegenomen door een lange gang. Verdwijnt in het systeem dat hen hopelijk opvangt.
Geen afscheid. Geen bedankje. Niet omdat ze ondankbaar zijn. Maar omdat ze simpelweg geen ruimte meer hebben voor iets anders dan overleven. En dat is oké.
Ondertussen hebben we ook eten voor ze geregeld. Zelf hebben we nog niets gegeten. Dat gaan we nu maar eens doen. Mijn telefoon is bijna leeg.
Vijf uur. Nederlands, Duits, Russisch, gebroken Engels. Tientallen gesprekken. Meerdere bakken koffie. Wij zijn compleet gesloopt. Maar zij hebben een plek en dat is wat telt.
En laat dit ook duidelijk zijn: de mensen van alle instanties die we hebben gesproken waren behulpzaam. Echt behulpzaam. Iedereen deed wat mogelijk was binnen zijn of haar rol, binnen de regels en binnen de grenzen van het systeem. Het probleem zijn niet de mensen; iedereen die betrokken was in dit verhaal was echt goed bezig. Het wringt tussen de verschillen tussen werelden. En de mensen die daar, letterlijk en figuurlijk, tussenin staan.


