Jeremia 29:11, we gaan het er toch eens over hebben.
Wie een beetje in een kerk rondloopt kent deze tekst:
Want Ik weet, welke gedachten Ik over u koester, luidt het woord des HEREN, gedachten van vrede en niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven.
Jeremia 29:11
Klinkt hoopvol! Je ziet hem op tegeltjes, stickers, hij wordt weggegeven bij doopdiensten, noem het maar op. Heel bekend. Maar…. er is alleen iets mee….
Een poosje terug sprak ik met een dame die nog twee weken te leven had. Ze had kanker en was KWAAD op God. En niet zo’n beetje kwaad ook. Want in de kerk had iemand haar dat vers uit Jeremia 29:11 gegeven als belofte dat God ervoor zou zorgen dat ze dit zou overleven en dat God een hoopvolle toekomst voor haar in petto had. Want zo stond dat in de bijbel. Maar nu… had ze veel pijn en ging ze dood. God kwam Zijn belofte die Hij zo duidelijk had gegeven in Jeremia 29:11 niet na. God was niet alleen stom, maar als dat God is dan geloof ik daar niet in… zei ze op haar sterfbed….
En daar kwam het probleem… Jeremia 29:11 is niet voor jou en mij bedoeld geweest. Nooit. Oeps. Wat? Hoezo niet? Nou… gelukkig is dat vers niet voor jou. En dat is goed nieuws. Laten we eerst eens kijken naar de context. (voor wie, wanneer en waarom)
Jeremia sprak deze woorden tot Joden die onder de overheersing van het Egyptische en vervolgens Babylonische rijk hadden geleefd voordat ze uiteindelijk van Jeruzalem naar Babylon in ballingschap werden gevoerd. Je kunt je alleen maar voorstellen dat die tijd voor hun verschrikkelijk moet zijn geweest.
In het voorgaande hoofdstuk zien we dat Jeremia zojuist een oordeel heeft uitgesproken over de valse profeet Chananja. Chananja, die het volk had verteld dat God het juk van Babylon zou verbreken, waardoor het volk binnen twee jaar zou worden vrijgelaten om naar huis terug te keren. Hoewel zijn boodschap de mensen ongetwijfeld aantrekkelijk in de oren klonk, was het een leugen en had het tot gevolg dat God Hananja van de aardbodem verwijderde (Jeremia 28:15-17).
In plaats daarvan vertelt Jeremia het volk dat ze minstens zeventig jaar in Babylon zouden blijven wonen. Daarom moeten ze zich vestigen, huizen bouwen, trouwen en zelfs bidden voor de vrede en voorspoed van de stad waarin ze zich nu bevinden (Jeremia 29:4-10). Dat klinkt niet als een goede toekomst… in tegendeel. Er wachtte nog 70 jaar (menselijk gezien) dikke ellende voordat Jeramia 29:11 voor hun waarheid werd….
En nog iets anders: denk je dat iedereen die dit van Jeremia heeft gehoord die 70 jaar heeft overleefd? Nee. Dus ook voor de mensen die deze belofte toen kregen, was het geen “God beloofd jou iets en jij krijgt het in dit leven”. Nee, God beloofde iets voor Zijn volk en niet voor de individuen die in dit verhaal een rol spelen. God Zijn belofte ging verder dan je in eerste instantie dacht. Zelfs die mensen moesten enorm oppassen met het uitleggen van die tekst. Als zij, toen ook, dachten dat het voor hun individueel was, dan zou dat ook voor hen een enorme desillusie worden… Als dat al voor hun zo was, waarom denken veel mensen tegenwoordig dat ze dit vers ineens wel universeel voor ons kunnen inzetten en dat het voor ons wel “in dit leven” toepasbaar zou zijn??? Toen zou dat al fout zijn gegaan, en nu al helemaal, aangezien dit vers al niet eens voor ons bedoeld is om mee te beginnen.
Wanneer we het in de juiste context begrijpen, ontdekken we dat de woorden van Jeremia 29:11 tot dat volk werd gesproken te midden van ontberingen en lijden; een volk dat waarschijnlijk een onmiddellijke redding verlangde, waarover Hananja loog. Maar Gods reactie is niet om hen onmiddellijk uit de moeilijke situatie te laten ontsnappen. In plaats daarvan belooft God aan hen dat Hij een plan heeft om hen voorspoedig te maken, te midden van hun huidige situatie.
Als wij het vers uit Jeremia uit context lezen en denken dat het ook voor ons universeel toepasbaar is, geeft dat valse hoop: “Wij (als individu) krijgen, tijdens die leven hier op aarde, vrede en een hoopvolle toekomst en dat gaat direct gebeuren”. En laten we eerlijk zijn… dat zal niet gaan gebeuren. Ook niet na 70 jaar ellende. We worden allemaal ziek, gaan allemaal dood, want de straf voor de zonde die we al hebben begaan in Genesis 3 (dat heeft God wel voor ons allemaal beloofd) die moeten we dragen tot onze laatste adem:
Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermenigvuldigen uw smart, namelijk uwer dracht; met smart zult gij kinderen baren; en tot uw man zal uw begeerte zijn, en hij zal over u heerschappij hebben. En tot Adam zeide Hij: Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil vervloekt; en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens. Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen, en gij zult het kruid des velds eten. In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aarde wederkeert, dewijl gij daaruit genomen zijt; want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.
Genesis 3:16-19
Dit vers in Jeremia was dus heel specifiek bedoeld voor de Israëlieten op die plek, op dat moment. Heel specifiek. En dat vers is daarmee niet zomaar generiek op ons als individu toe te passen. Want wij lopen niet in een woestijn, zijn niet het volk Israël en aan ons wordt niet letterlijk, zoals Jeremia zat zegt, het beloofde land beloofd.
En dat is goed nieuws. Waarom? Omdat dit vers gaat over iets wat dit specifieke volk werd beloofd op aarde. En alhoewel dat mooi lijkt, is het heel tijdelijk. Alles op aarde is tijdelijk. Want hoelang duurde die vrede die er kwam? Hoe gaat het op dit moment in Israël? Niet goed. Klopt, want die belofte was voor dat volk, die leefden in de tijd van Jeremia, en niet meer voor ons. Die vrede en een hoopvolle toekomst was aan dat volk beloofd en zijn hebben het gekregen. Dus God kwam die specifieke belofte aan dat volk na.
Maar wij dan?
Voor ons geld er een andere belofte. Die geldt niet voor nu, maar voor eeuwig!
Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.
Johannes 3:16
Er wacht ons een mooie toekomst ondanks alle moeite vandaag. Een toekomst die eeuwig is en niet tijdelijk. Een toekomst die veel mooier is dan een vers uit Jeremia 29:11 die te vaak uit context is getrokken en waar we nodig eens mee moeten stoppen om dat te doen. Dan zouden dat soort moeilijke gesprekken met deze dame in doodsnood niet nodig zijn geweest…
God houdt zijn belofte, altijd. Hou daar aan vast als het moeilijk gaat vandaag en in je huidige leven. Jeremia 29:11 was niet voor jou en mij. Gelukkig niet. Johannes 3:16 wel… en dat is prachtig nieuws.
En de volgende keer dat je iemand Jeremia 29:11 uit zijn context hoort gebruiken? Let op… geloof niet in valse hoop…valse hoop eindigt als je pech hebt in een verschrikkelijk doodsbed…. of erger… Geloof in de echte hoop die God jou geeft in Johannes 3:16, in een eeuwige toekomst zonder kanker, pijn en een doodsstrijd…


