Evangelisatie: nazorg.

Zoals je hebt gezien in deel 1 komt er best wel wat bij kijken voor we beginnen aan een gesprek en als het gesprek (zie deel 2) eenmaal start is, komt er ook best wel wat bij kijken. En als dat gesprek voorbij is. Wat dan? Laten we ze dan los of wat doen we dan?

Zoals je al hebt gezien in deel 1 en 2 is God de gespreksleider in alle gesprekken. Het is aan Hem voordat het gesprek begon, het is aan Hem wat er tijdens een gesprek gebeurt en het is ook aan Hem wat er daarna gebeurt. Dat geeft rust voor ons, want Hij is in controle als wij dat niet zijn. Als we niet op deze manier alle gesprekken laten plaatsvinden zouden we zelf heel, heel snel gek worden. Dus niet alleen voor en tijdens de gesprekken bouwen daar op, ook na die tijd. En dat is het juiste begin voor nazorg. (in welke vorm dan ook)

Maar met alleen een “we bidden voor je” of “we laten het over aan God” zijn we er niet, want de Bijbel zegt ook duidelijk: (en dit is maar één voorbeeld)

Als uw vriend niet genoeg te eten krijgt en bijna geen kleren heeft en u zegt tegen hem: ‘Het beste ermee, hoor! Vat geen kou en zorg dat je niet verhongert,’ is dat toch zinloos als u hem niet geeft wat hij nodig heeft?

Jakobus 2:15-16

En met een geestelijke nood werkt dat net zo als met een lichamelijke nood. Met alleen bidden voor die ander kom je er niet, er is dus ook nazorg nodig.

Een vorm van nazorg die we bijvoorbeeld zelf doen, kan zijn dat die persoon nog een jaar (of zelfs langer) bij ons binnen blijft lopen voor periodieke gesprekken. Dat kan 1x per week zijn, meerdere malen of een paar keer per… roep het maar. We laten dus nooit zomaar iemand “zwemmen”. Als die gesprekken niet bij ons op locatie kunnen, kan dat ook op afstand want gelukkig is de wereld er met internet toch een stuk kleiner op geworden. Dat maakt ook dat de drempel voor nazorg kleiner is geworden en daar maken we dus ook graag gebruik van.

En ander voorbeeld kan zijn dat iemand door Christus tot God kwam! (Johannes 14:6) Prachtig! Het is mooi om God Zijn familie te mogen zien groeien door bekering. Er is een soort van momentum en opwinding als dat gebeurt, iedere keer weer. Maar het is ook een gevaarlijke plek. Huh? Let op: Het is gemakkelijk voor hen om weg te glippen… om dat nieuwe geloof te “bevriezen”… om niet verder te gaan en weer af te glijden. Dan lijkt het dat je “winst” hebt, maar als je er eerlijk naar kijkt, is het geen winst…. Dan lijken de eerste cijfertjes leuk, maar dan kan er een enorm verschil zitten tussen bruto en netto… En dat willen we koste wat kost zien te voorkomen.

Zoals een pasgeboren baby na de geboorte moet blijven groeien, zo moeten nieuwe gelovigen blijven groeien in geloof, wijsheid en heiligheid om meer op Jezus te gaan lijken (2 Petrus 3:18).

U moet in plaats daarvan geestelijk groeien en onze Here en Redder Jezus Christus beter leren kennen. Voor Hem is alle eer, voor nu en eeuwig. Amen.

2 Petrus 3:18

Als een baby na de geboorte niet groeit, is er iets mis. Elke geboorte resulteert in groei. We groeien in verschillende snelheden en op verschillende manieren, maar groei is een bewijs van leven. Die groei moet je dus in de gaten houden en blijven houden. En aangezien wij niet over de hele wereldbol wonen en niet overal tegelijk kunnen zijn, heeft God daar iets heel moois voor uitgevonden: de kerk. Want, let op:

Wij moeten ook niet uit onze samenkomsten wegblijven. Sommigen maken daar een gewoonte van, maar dat is niet goed. Wij moeten elkaar bemoedigen en waarschuwen, vooral nu wij zien dat het niet lang meer zal duren, voor de Here Jezus terugkomt.

Hebreeën 10:25

Oftewel, we moeten elkaar blijven “bemoedigen en waarschuwen in onze samenkomsten” om die geestelijk groei te waarborgen en om onze Here en Redder Jezus Christus beter leren kennen. Oftewel, als we zien dat iemand door Christus tot God komt, moet die persoon snel, heel snel, ergens bij een kerk of gemeente aansluiting vinden. Het liefst vandaag nog.

Een probleem wat we altijd hebben is dat wij niet overal wonen (en de mensen waarmee wij praten komen uit de hele wereld) en ze dus niet zomaar mee kunnen nemen naar “onze” kerk. Een ander probleem is dat “onze kerk” wellicht helemaal niet bestaat in het gebied waar zij wonen. Zoals je al hebt kunnen zien in de vorige delen van deze uitleg is maar 0.35% van de mensen in het land waar wij nu werken protestant christelijk, dus veel succes om hier “onze” kerk te vinden. Die is er simpelweg niet. En als die er al is “in naam” zul je er verbaasd over zijn hoeveel die verschilt van wat jij kent uit je eigen thuisland. Het naambordje is wellicht gelijk, maar de manier waarop ze dat hier hebben ingericht kan echt totaal verschillend zijn. Dus we zijn we ook heel voorzichtig om op een “naambordje” te vertrouwen. Want helaas zijn er ook heel veel gebouwen die zich wel kerk noemen, maar niet zijn… We hebben echter wel een soort van lijstje wat in principe goed zou moeten zijn aan denominaties en ook een lijstje waar we (helaas) zeker iemand niet heen kunnen sturen. Dus we hebben wel een generieke richting en een lijst van kerken en gemeentes die betrouwbaar zouden moeten zijn. En nogmaals, het is aan God voordat het gesprek begon, het is aan Hem wat er tijdens een gesprek gebeurt en het is ook aan Hem wat er daarna gebeurt. Dat geeft rust voor ons, want Hij is in controle als wij dat niet zijn.

Maar hoe krijg je dan iemand zo ver om zelf die stap te zetten, want wij kunnen die stap niet voor die persoon doen. Onderstaand een voorbeeld wat we vaker inzetten…. (en er zijn meerdere)

Stel, (dit is maar één voorbeeld) iemand heeft iets meegemaakt wat echt verre van leuk was. Er is iets gebeurd waardoor die persoon echt klem is gelopen.

Die gesprekken hebben we meerdere malen met verschillende mensen per week, dus voor ons is dat bijna standaard. Het mooie is dat uit die verdrukking vaak hele mooie gesprekken komen en iemand snapt dat hij zelf nooit de oplossing kan zijn, wij ook niet, maar dat hij God nodig is.

Nog een stap verder gaat het als iemand snapt dat de problemen die we in dit leven ervaren het resultaat is van onze eigen keuzes die we hebben gemaakt (Adam, Eva, “appel”, boom, slang, zondeval) en dat we daar tot de dag vandaag wel de consequenties van moeten dragen. (doornen, distelen) Nog verder gaat het als iemand dan ook snapt dat we eigenlijk de dood hadden verdiend (toen direct al), maar dat we door God Zijn genade een 2e kans hebben gekregen door Christus! En ja, dat kan beteken dat we vandaag een enorm probleem kunnen hebben in ons leven, maar als we geloven dat christus voor ons is gestorven, dat er een eeuwige toekomst op ons wacht zonder al deze ellende. Als iemand dat echt gelooft (en we checken dat ook echt, want er is niets zo eng als een valse christen die denkt dat die christen is, maar niet is…) is er feest! Nou, ja, er is feest, maar meestal ook wat anders…

Die doornen en distelen blijven zolang we hier op aarde zijn. En als iemand via Christus tot God is gekomen is de pijn van wat er is gebeurd in het verleden, niet direct weg. De pijn gaat wel anders voelen, die wordt ook anders, want het krijgt een plek. Dat geeft een enorme bevrijding en kan ook leiden tot vergeving van wat iemand anders jou heeft aangedaan. Maar ja, vergeven klinkt makkelijk, maar laten we eerlijk zijn… zo makkelijk is dat niet toch? Een manier die ik dan soms toepas, is de volgende:

  • Schrijf een hele(!) eerlijke brief aan God (en afhankelijk van de situatie, ook aan de persoon die je zo pijn heeft gedaan) met al je pijn uit het verleden erin en dat je nu wellicht ook worstelt met hoe je die andere persoon kunt vergeven met God zijn hulp.
  • Schrijf die brief aan God met een echte pen en op echt papier. Niet op de computer, maar neem de tijd en schrijf het letterlijk op. Heerlijk “ouderwets”.
  • Laat die brief aan God zo eerlijk mogelijk zijn. Ja, die brief mag ook keihard zijn, rafelige randjes hebben (spreekwoordelijk), want God wil graag horen hoe het echt met jou gaat, wat je pijn heeft gedaan. Alles mag, voel je vrij.
  • Als er iemand weet wat pijn is, dan is dat Jezus. Die had niet “die appel” gegeten, was perfect, zonder zonde, maar heeft wel de straf gekregen voor al die zonde van jou en mij. Dat heeft echt pijn gedaan, dus beschrijf rustig al je pijn, want Jezus zal daar niet van schrikken, maar het herkennen. Hij is de enige die je echt snapt, dus voel je ook daarin vrij.
  • Maar nu 2 kopieën van die brief. Het origineel blijft van jouzelf en bewaar die goed. Het origineel blijft van jou.
  • Bid nu je knieën kapot voor 2 dagen. Niet “heel even”, maar echt. Vraag om God Zijn hulp voor de komende stappen. Die Heilige hulp ben je hard nodig, dus vraag die hulp ook.
  • Breng de eerste kopie naar een goede kerk, in een gesloten enveloppe. Als je al een goede kerk hebt waar je heen ging, ga daar dan heen en geef ze die enveloppe en vraag ze het volgende: maak deze brief NIET open, bidt er alleen heel, heel hard voor deze week. En daarna ga je niet het gesprek aan, maar zeg tegen ze dat je over een week weer terugkomt en het dan met hun gaat hebben over de inhoud. Maar nogmaals: ze mogen die brief niet open maken, maar ze moeten er wel echt voor bidden de komende week.
  • Breng nu (indien van toepassing, optioneel) de 2e kopie naar de persoon die je zo pijn heeft gedaan. Als dat “in persoon” te pijnlijk is, post is ook prima. En ja, die persoon gaat dan wel die brief lezen. Maar aangezien je al God Zijn hulp hebt gevraagd in je gebed, ga je dus niet meer alleen, maar God gaat met jou mee in deze stappen. Wat de uitkomst ook is, vertrouw op God Zijn plan. Hij weet wat er moet gebeuren (of niet) en vertrouw daarop.
  • Na één week, kom je afspraak na, ga naar de kerk waar je die eerste kopie hebt afgegeven, en open samen met hun die brief en praat er samen over.
  • En daarna… vertrouw op God. Punt. Einde.

En die aanpak werkt goed! Let op. Een aantal dingen zullen er gebeuren tijdens de bovenstaande stappen. Voorbeelden daarvan zijn:

  • Er is (wellicht voor de eerste keer in iemand zijn leven) een eerlijke, open connectie met God via die brief. Een eerlijk gesprek, zonder doekjes erom, zonder toneelspelletjes, zonder maskers. Dat geeft ruimte.
  • Omdat het lekker “ouderwets” op papier gaat, moet iemand echt de tijd nemen om erover na te denken en sta je er, samen met God, echt even bij stil. Dat tijd nemen is belangrijk om dingen te verwerken. Dat geeft ruimte.
  • Je denkt ook even heel goed na over de pijn die Jezus heeft gehad door jou en mijn zonden. Dat offer van Jezus was dus nog veel groter dan de pijn die je nu voelt. Wow! Dan was Het Offer van Hem dus ook enorm! Iets om even goed over na te denken.
  • Ja, de anderen hebben een kopie van je brief, maar de echte brief met de echte pijn erin, met de echte inkt met jou tranen, is van jou. In dat papier zit best veel gevoel en je kunt er later voor kiezen om die brief te begraven, te verbranden, in te lijsten, wat dan ook. Daarmee is je verdriet echt tastbaar en daar kunnen we later ook weer iets mee doen om dat verder te verwerken.
  • Er is echt tijd voor gebed geweest. Idem, wellicht voor de eerste keer in je leven. Filippenzen 4:6-7 zegt heel mooi wat dat doet:

Maak u nergens zorgen over, maar bid voor alles en vraag God wat u nodig hebt, dankbaar voor alles wat Hij doet. Dan zult u de vrede van God ervaren, een vrede die ons menselijk besef te boven gaat en die de wacht houdt over uw hart en gedachten, omdat u in Christus Jezus bent.

Filippenzen 4:6-7

  • Er opent zich een verbinding naar een kerk. Misschien is het wel de eerste keer dat iemand een kerk van binnen ziet, maar nu is er wel een verbinding. De eerste stap heel voorzichtig, brief geven, korte uitleg en daarna weg. De drempel is daarmee laag, de connectie hoog.
  • De kerk die deze brief krijgt kan best schrikken van deze aanpak, ruikt direct dat er iets enorm mis is, dus die gaan zeker voor die persoon bidden.
  • Er is door deze brievenactie wellicht nu toch een laatste kans geweest om met de persoon die je kwaad heeft aangedaan een kans om toch nog één keer een gesprek aan te gaan. Jij geeft die persoon die kans en het is nu aan de ander om daarop in te gaan. Jij hebt nu alles gedaan wat je kon en daarmee sluit je ook weer een slecht hoofdstuk af, of opent het juist een kans voor een mooi, helend, hoofdstuk. Kansen! En wat er ook uitkomt, je kunt niet verliezen.
  • Na een week ga je echt een gesprek aan met een kerk / gemeente en is er ook een diepere connectie. Daarmee is een mooi pad geopend waarbij beide partijen verder kunnen gaan om van babymelk naar vast voedsel te komen.

En daarmee creëren we dus ook een ander pad na nazorg als we er zelf niet kunnen zijn. (ander land, andere cultuur, noem een reden) Waarom?

Als iemand nog op melk moet leven, blijkt daaruit dat hij als christen niet erg ver gevorderd is, hij kent nauwelijks het verschil tussen goed en kwaad. Hij is nog een baby! Zo zult u de zwaardere kost nooit kunnen verdragen. Die zwaardere kost is voor hen die goed en kwaad uit elkaar kunnen houden. Zij kunnen opgroeien tot volwassen christenen.

Hebreeën 5:13-14

Want wij hebben wellicht iemand kunnen helpen met de eerste stappen, (melk) maar zoals gezegd willen we daarna zo snel mogelijk over naar zwaardere kost zodat iemand kan opgroeien tot een volwassen christen.

En daarmee komen we aan het eind van deze serie en wellicht is je ook iets anders opgevallen: wat een enorme berg woorden, uitzoekwerk, tijd, inzet en (voor jou als lezer) leestijd zat erin. Let op:

En dat zegt ook iets…. met alleen een gesprek zijn we er niet. Voor en na die tijd zit er nog minstens zoveel werk / tijd / denkwerk in. Zelfs nog meer dan een gesprek zelf! En dat moet ook, want we willen niet “maar even wat doen”, maar 110% kwaliteit proberen te leveren voor God. Waarbij de voorbereidingen + nazorg en het waarborgen daarvan de grootste delen zijn.

En als je dan alles hebt gelezen heb je ook gezien dat het nooit “zo, maar even gesprekken” zijn. Alleen al het heel, heel grofweg uitleggen hoe dat dan gaat, bracht ons +/- 6830 woorden verder. We zijn ook 10 bijbel-verzen verder, want God bepaald wat we doen en we controleren dat ook met Zijn woord als leidraad. En dan hebben we het nog zo kort mogelijk proberen te houden. Dus onze gesprekken zijn ook nooit “zomaar even”. Die kosten ook best veel tijd, want we willen niet een half verhaal, een half evangelie vertellen (met alle ellende die daar dan weer uit voort kan komen) maar het hele verhaal. Want dat hele verhaal, is belangrijk en heeft eeuwigheidswaarde. En dat is de tijd, woorden, inzet, geld meer dan waard.

Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.

Matteüs 28:19-20

Ps. ook bovenstaand geldt dat het één voorbeeld is hoe we het aan deze kant aanpakken met de roeping die wij hebben en met de gaven die wij hebben. Aangezien E haar gaven weer anders zijn dat M zijn gaven, is de aanpak dus soms ook verschillend. Laat staan voor jou als lezer, jij hebt weer andere gaven en een andere roeping dan ons gekregen en dus zal jou aanpak dus ook moeten passen bij je eigen roeping en gaven. Met bovenstaand proberen we wel iedereen aan het denken te zetten: hoe zou ik het, zo efficiënt mogelijk, aanpakken met de roeping en de gaven die ik heb. Niet voor mijn eigen eer en glorie, maar voor God Zijn eer en glorie waarvoor jij aan het werk bent.