De zonde die niet kan worden vergeven?

Minimaal één keer per week spreken we iemand die denkt dat die zoiets slecht heeft gedaan dat God hem nooit, maar dan ook nooit zal vergeven en dat hij daardoor naar de hel gaat. Ook komen we mensen tegen die iemand hebben verloren door zelfmoord en ervan overtuigd zijn dat die persoon de hel is ingegaan omdat dat DE onvergeeflijke zonde is, die God niet vergeeft. En als je rondloopt met die vraag, geeft dat nogal wat stress en slapeloze nachten en dan snappen we heel goed.

Bijna 99% van die gedachtes komen voort uit dit Bijbelvers:

Wie niet vóór Mij is, is tegen Mij. Wie mij niet helpt om mensen te verzamelen, jaagt ze uiteen. Wat voor verkeerds u ook doet, het kan u worden vergeven, maar het belasteren van de Heilige Geest kan niet vergeven worden. Zelfs wie kwaadspreekt over Mij, de Mensenzoon, zal daarvoor nog vergeving kunnen krijgen. Maar voor wie de Heilige Geest willens en wetens belastert, is geen vergeving mogelijk, niet in deze wereld en niet in de toekomstige wereld.

Mattheüs 12:30-32

Wat ze dan vaak tegen ons zeggen is meestal iets in lijn van “ik heb tegen God gezegd / gedaan dat ik niets meer van Hem wil weten, want…” en dan komt de rest van het verhaal waarom ze dat hebben gezegd / gedaan. En daarmee denken ze die onvergeeflijke zonde te hebben begaan. Ook kan het zijn dat ze iets anders hebben gedaan wat zo slecht is, hoe kan God ze dat ooit vergeven?

Meestal beginnen we dan met deze tekst:

Ik zal hun wandaden vergeven en aan hun zonden zal ik niet meer denken.

Hebreeën 8:12

Even in context, dit geldt dus alleen als je gelooft dat Jezus voor jou zonde gestorven is, opgestaan is uit de dood, en als je Hem hebt gevraagd om vergeving. Dan zal God niet alleen je wandaden vergeven, maar Hij zal ook niet meer denken aan de zonden die gedaan hebt. En dat is nogal wat!

Maar hoe zit dat dan ben dat vers uit (onder andere) Mattheüs 12:30-32 wat toch echt duidelijk zegt dat als je de Heilige Geest willens en wetens belastert, er geen vergeving mogelijk is, niet in deze wereld en niet in de toekomstige wereld?

Ook hier gaat het om context. Tegen wie had Jezus het in dit geval en waarom heeft Hij dit toen gezegd. Als we dat weten en snappen, dan weten we ook wat wij er vandaag mee kunnen en moeten doen.

In dit geval is het enorm belangrijk(!) om te begrijpen dat Jezus niet sprak tot een groep discipelen of volgelingen van Christus / mensen die in Hem geloofden. Hij sprak specifiek tegen een groep niet-gelovige Farizeeën.

Om het nog wat meer te begrijpen gaan we ook even kijken wat er voor dit moment is gebeurd, dan kunnen we het nog meer “in de tijd” plaatsen.

In het begin in Mattheüs hoofdstuk 12 zien we dat Jezus Zijn discipelen graan aan het plukken waren op de sabbatdag en de Farizeeën komen en zeggen: ‘Kijk eens, uw leerlingen doen iets dat niet mag. Zij oogsten op de sabbat.’. (vers 2) In vers 10 komt Jezus deze man tegen met een verschrompelde hand en Jezus geneest deze man, maar het is toevallig op de sabbatdag en nu komt dezelfde groep, niet gelovige Farizeeën en beschuldigt Jezus hiervan. De Farizeeën vroegen Hem: ‘Mag men op de sabbat iemand genezen?” En ze hoopten dat Jezus ja zou zeggen, zodat ze een aanklacht tegen Hem konden indienen.

Na de genezing van deze man met de misvormde hand gaat deze groep ongelovige Farizeeën in vers 14 naar buiten om te overleggen hoe zij Jezus uit de weg konden ruimen.. Later in dit hoofdstuk (vers 22) geneest Jezus een man die een boze geest had en blind was en niet kon spreken. En dezelfde ongelovige(!) groep Farizeeën beschuldigde Jezus opnieuw. En ze zeggen dan zelf dit over Jezus: “‘Hij kan de boze geesten verjagen omdat hun leider, Beëlzebul, hem die macht heeft gegeven.”

Wow! En dan zegt Jezus het volgende, dit is Zijn reactie op die niet gelovige mensen die Hem uit de weg willen ruimen:

Wie niet vóór Mij is, is tegen Mij. Wie mij niet helpt om mensen te verzamelen, jaagt ze uiteen.

Mattheus 12:30

In vers 34 benoemt Jezus ze zelfs als “Stelletje sluwe slangen! Hoe kunnen slechte mensen als u iets goeds zeggen?”.

De context begint helder te worden denk ik?

De context hier is superbelangrijk omdat het ons laat zien dat Jezus tegen een groep spreekt van ongelovige Farizeeën die klaar zijn om hem te doden, Zijn werk vergelijken met dat van een demon, en Jezus actief tegenwerken. Dit zijn slechte mannen, een stel sluwe slangen noemt Hij ze. Jezus beschrijft dus niet een groep mensen die Hem wel willen volgen, in tegendeel. Dus, Jezus spreekt dit specifiek uit tegen een groep ongelovigen en niet aan een groep gelovigen.

De volgende vraag die we willen beantwoorden is wat Jezus hier precies zei en wat Hij niet zei. Vooral dat tweede is minstens zo belangrijk. We moeten Jezus niet iets laten zeggen wat Hij nooit heeft gezegd.

Nu gaan we naar het begin van vers 31 die begint met “Wat voor verkeerds u ook doet, het kan u worden vergeven”. Jezus zegt heel duidelijk dat elke(!) zonde die jij en ik zouden kunnen begaan, vergeven kan worden. We zien dus meteen dat er absoluut geen zonde is die hier wordt uitgesloten.

Hij gaat verder met te zeggen dat “het belasteren van de Heilige Geest kan niet vergeven worden”. Hij zegt niet(!) dat Hij elke zonde behalve moord, elke zonde behalve overspel, elke zonde behalve zelfmoord vergeeft. Dat staat er niet. Punt.

Als Jezus had willen zeggen dat (bijvoorbeeld) zelfmoord DE onvergeeflijke zonde was, zou Hij dat in deze tekst hebben gezegd. Er staat niets in deze tekst over zelfmoord en omdat zelfmoord absoluut niets te maken heeft met godslastering of het spreken tegen de Heilige Geest, kan dit niet als een onvergeeflijke zonde worden beschouwd.

In vers 32 staat “dat iedereen die zich tegen de Mensenzoon uitspreekt, vergeven kan worden”. Dus nu voegt Jezus er zelfs dat toe en zegt: ‘Hé, zelfs als je tegen Mij spreekt, zelfs als je mij lastert, kun je nog steeds vergeven worden! En het bewijs staat ook in de bijbel. Let op, dit is Paulus:

Wat ben ik dankbaar dat onze Here Jezus Christus mij heeft uitgekozen om een van zijn boodschappers te zijn en dat Hij mij de kracht geeft Hem trouw te blijven, hoewel ik vroeger zelfs de naam van Christus bespot heb. Ik heb zijn Gemeente vervolgd en deze kwaad gedaan zoveel ik kon. Maar God heeft Zich over mij ontfermd, omdat ik niet wist wat ik deed, ik kende Christus toen nog niet. 

1 Timotheüs 1:12-13

Paulus was een voormalige godslasteraar zoals hij dat zelf beschrijft, en je ziet hier letterlijk het bewijs, dat zelfs een ongelovige Paulus God heeft kunnen lasteren, zelfs de naam van Jezus ijdel kon gebruiken, maar toen hij zich heeft bekeerd en zijn zonde heeft beleden, zijn die zonden hem vergeven.

Nu komen we bij het gedeelte dat zegt dat: “Maar voor wie de Heilige Geest willens en wetens belastert, is geen vergeving mogelijk, niet in deze wereld en niet in de toekomstige wereld.”

Als we dus naar de context kijken, spreekt Jezus hier met een groep mensen die zijn werk toeschrijven aan dat van een demon. Ze zeggen dat Jezus Zijn vermogen om te genezen uit de kracht van Satan komt / uit de kracht van een demonische geest.

Wij weten dat Jezus Christus tijdens zijn bediening bekrachtigd werd door de Heilige Geest. Wat ze dus feitelijk doen is het verwerpen van de kracht van de Heilige Geest die door Jezus Christus werkt. Ze verwerpen daarmee dat hij God is, dat hij waarlijk de Zoon van God is, en daarmee verwerpen ze feitelijk ook de uitnodiging van Jezus tot verlossing. En dat is nogal wat! Dat is wat er hiermee bedoeld wordt met “Maar voor wie de Heilige Geest willens en wetens belastert”.

Het gaat erom dat zij het werk van de Heilige Geest door Jezus Christus toeschreven aan dat van een duivel, die duivel die verwerpt dat Jezus Christus God is. En als je dat doet, dan heb je inderdaad een megaprobleem.

Wat betekent dat voor ons vandaag? We weten dat er geen zonde is die jij en ik zouden kunnen begaan waarvoor Jezus Christus ons zou willen vergeven. Want als dat wel zo zou zijn, dat zou alle andere verzen zoals Hebreeën 8:12 en bijvoorbeeld Johannes 1:9, waar staat:

Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

1 Johannes 1:9

Dit is de belofte die God aan ons heeft gegeven en ik geloof ook dat het voor God onmogelijk is om zichzelf en Zijn eigen woord tegen te spreken. En dan weten we zeker dat er geen zonde is die je ooit zou kunnen begaan die God niet zou kunnen vergeven.

En, nu je alles hebt gelezen en als je toch nog steeds bezorgt bent dat je misschien wel een onvergeeflijke zonde hebt begaan…. dan herhaal ik nog een keer dat het meer dan duidelijk is dat we uit de context duidelijk zien dat er geen zonde is die je zou kunnen begaan die God niet kan vergeven. Onmogelijk. Zelfs niet onbewust of onbedoeld.

En als laatste, let op. Dit is wat Jezus zelf zegt. Hier zegt Hij het volgende over de Heilige Geest (mijn Helper):

Maar wat Ik zeg, is de waarheid, het is beter voor jullie dat Ik wegga, anders kan mijn Helper niet bij jullie komen. Als Ik wegga, stuur Ik Hem naar jullie toe. En wanneer Hij komt, zal Hij de mensen in de wereld overtuigen van zonde, rechtvaardigheid en oordeel. Van zonde omdat zij weigeren in Mij te geloven. Van rechtvaardigheid, omdat Ik naar de Vader ga en jullie Mij niet meer zullen zien. 

Johannes 16:7-10

Dat jij je zorgen maakt of je gezondigd hebt en hoe jij dat opgelost krijgt? Wie denk je dat dat doet in jou? Van wie komt die stem in jou? Klopt, de Heilige Geest. Hij is de stem in jou die jou zeer(!) ongemakkelijk laat voelen over zonde, rechtvaardigheid en oordeel. Die stem van de Heilige Geest kan niet in iemand zitten die niet geloofd. Onmogelijk. Iemand die niet geloofd hoort die stem überhaupt niet en zal zich er ook niets van aantrekken, want die persoon is al niet gered om mee te beginnen. Dus de stem die je hoort en jou ongemakkelijk maakt over wat jij hebt gedaan… dat is De Heilige Geest die tegen jou spreekt om dat nooit meer te doen. En dat is een goed en heerlijk teken. Jij zonden zijn je inderdaad vergeven.