Waarom geeft God regeltjes?

Een poosje terug sprak ik iemand die het heel erg stom vond dat God al die regeltjes had gemaakt. Dat was toch nergens voor nodig? Die regels belemmeren alleen maar, dat is toch geen vrijheid? Om dat te beantwoorden hebben we eerst eens gekeken naar een paar van die wetten die we allemaal wel kennen en die komen uit de bekende 10 geboden:

U zult niet doodslaan. (Deuteronomium 5:17)

U zult niet stelen. (Deuteronomium 5:19)

Die regels klinken logisch toch? En toch heeft God ze gemaakt… Als we verder gaan kijken naar het waarom, zien we in datzelfde hoofdstuk de uitleg waarom God die regels heeft gemaakt: Dat hoofdstuk bevat de Tien Geboden, die God aan de Israëlieten gaf door middel van Mozes. Dat hoofdstuk geeft ook inzichten in God Zijn motieven.

  1. Om de relatie tussen God en Zijn volk te beschermen – In Deuteronomium 5:6-7 zegt God dat Hij de Israëlieten uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd en dat ze Hem alleen moeten aanbidden. Het eerste gebod, “Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben,” is bedoeld om de unieke en exclusieve relatie tussen God en Zijn volk te beschermen.
  2. Om het volk te leiden in het juiste leven – In vers 32-33 zegt God dat de Israëlieten zich moeten houden aan Zijn geboden en wandelen in de weg die Hij heeft voorgeschreven. De regels dienen als een gids voor hoe zij een rechtvaardig en heilig leven kunnen leiden.
  3. Om het goede voor het volk te waarborgen – In vers 29 zegt God: “Had hun hart maar altijd zo gewild, dat ze Mij zouden vrezen en al Mijn geboden zouden onderhouden, opdat het hun altijd goed zou gaan, hen en hun kinderen tot in eeuwigheid.” De regels zijn bedoeld voor het welzijn van het volk, zodat zij voorspoedig en in vrede kunnen leven.

God maakte dus die regels om Zijn volk te beschermen, hen te leiden naar een rechtvaardig leven, en hen een goede toekomst te geven. Die regels waren er dus niet om Zijn volk te pesten, maar om Zijn volk te beschermen, het is een teken van Zijn zorg voor hun eigen welzijn en God Zijn verlangen naar een diepere, liefdevolle relatie met hen te hebben.

Gaan we nog wat dieper duiken, dan zie je ook dat God liever had gehad dat de mensen het zelf al, vanuit hun eigen hart, zouden hebben gedaan…:

Och, hadden zij maar zo’n hart, om Mij te vrezen en Mijn geboden alle dagen in acht te nemen, opdat het hun en hun kinderen voor eeuwig goed zou gaan! (Deuteronomium 5:29)

Maar nee… de mens kon dat niet vanuit zijn eigen hart.. de mens was daar niet krachtig genoeg voor, en let op: ze wilden zelfs niet rechtstreeks praten met God, maar wilden dat Mozes “er tussen werd gezet” en dat Mozes zou opschrijven voor hun wat God wilde:

Welnu, waarom zouden wij sterven? Want dit grote vuur zal ons verteren; indien wij nog langer de stem des HEREN, onze God, hoorden, zouden wij sterven. Want welk vlees is er, dat de stem van de levende God, sprekende uit het midden van het vuur, gehoord heeft, zoals wij, en daarbij in het leven gebleven is? Treed gij nader en hoor al wat de HERE, onze God, zeggen zal, en gij, gij moet ons alles zeggen wat de HERE, onze God, tot u spreken zal, en wij zullen het horen en doen. (Deuteronomium 5:25-27)

Oftewel, de mensen waren bang voor God, ze wisten HEEL goed dat ze niet goed bezig waren… en dus heeft God het op laten schrijven, omdat ze er zelf om vroegen, als hulpmiddel, opdat het hun en hun kinderen voor eeuwig goed zou gaan.

God had kunnen zeggen: “Je denkt er zelf maar eens over na, je hart is krachtig genoeg om het te snappen, dus succes ermee”, maar nee. God wist precies wie wij als mensen zijn… en heeft ons dus hulpmiddelen gegeven die we moeten volgen, opdat (herhaling) “opdat het hun en hun kinderen voor eeuwig goed zou gaan“.

Dus al die regels… zijn er omdat ons eigen hart (hoe we echt van binnen denken en zijn… ) niet meer puur en goed is na de zondeval (Adam, Eva, slang, “appel”) en wij zelf God hebben gevraagd om ons die regels te geven. Het vers in Jeremia 17:9 maakt heel duidelijk hoe ons eigen hart echt is:

Het hart is bedrieglijker dan alles, het is ongeneeslijk; wie zal het kennen? (Jeremia 17:9)

Al die regels zijn dus niet gemaakt om jou en mij te pesten, maar om ons te beschermen, omdat wij er zelf om vroegen. Niet alleen tegen onszelf of tegen elkaar (wat hard nodig is, kijk maar eens in de krant vandaag wat we elkaar weer aandoen als mensheid), maar ook tegen de boosheid van God als Hij ziet wat we als mens allemaal doen. (doodslaan, stelen, liegen, bedriegen en ga zo maar door) God wil niet boos op jou zijn, God wil niet dat wij elkaar kwaad aan doen, dus geeft Hij ons regels om te voorkomen dat Hij boos moet worden om wat we Hem en elkaar aan doen. God wil dat wij heel dicht bij Hem zijn, waar geen zonde, geen pijn en geen verdriet is.

En misschien snap je niet al die regeltjes die Hij ons heeft verteld. Kan best, ik snap ze soms ook niet allemaal. Waarom moet A, B of C nu? Maar ik vertrouw dat God het beter weet dan mijn hart en in dat vertrouwen dat God het beste met mij voorheeft, volg ik dus ook de regeltjes die ik niet snap of waar ik eigenlijk van denk “nah, niet nodig meer toch?”. Nee, als God A zegt, doe dan A. In dat volle vertrouwen van Zijn goedheid en het snappen dat ons eigen hartje behoorlijk rot is als ik er eerlijk naar kijk, doe ik wat Hij zegt. Ook als ik het soms niet (wil?) snap(pen)…..

Vertrouw op de HEER met heel je hart en steun niet op je eigen inzicht. Denk aan Hem bij alles wat je doet, dan zal Hij je de juiste weg wijzen. (Spreuken 3:5-6)