Varkensvlees en wijsheid
Onlangs vroeg iemand mij:
“Moeten we ons vandaag nog houden aan de wetten uit het Oude Testament, zoals het verbod op varkensvlees?”
Dat is een interessante vraag, want het roept meteen een belangrijke gedachte op: waarom gaf God deze wetten überhaupt? Neem het voorbeeld van varkensvlees. In Leviticus 11:7-8 staat:
“Ook het varken, hoewel het wel gespleten hoeven heeft en herkauwt, is voor jullie onrein; jullie mogen het vlees van deze dieren niet eten en hun karkassen niet aanraken.”
Op het eerste gezicht lijkt dit een willekeurige regel. Maar wie kijkt naar de biologie en leefomstandigheden van de Israëlieten, ziet een duidelijke reden.
Waarom bederft varkensvlees sneller?
Wetenschappelijk gezien is er een verschil tussen rund- en varkensvlees dat bepaalt hoe snel het bederft:
- Vochtgehalte
- Varkensvlees bevat meer water dan rundvlees.
- Meer water betekent een betere voedingsbodem voor bacteriën, waardoor het sneller bederft.
- pH-waarde van het vlees
- Varkensvlees heeft na de slacht vaak een iets hogere pH.
- Hogere pH bevordert bacteriegroei.
- Structuur en vet
- Rundvlees heeft steviger spiervezels en vaak meer intramusculair vet, wat bederf vertraagt.
- Varkensvlees is malser en daardoor kwetsbaarder.
- Omgevingsfactoren
- In de hete, droge woestijn waar de Israëlieten leefden, was het moeilijk om vlees goed koel te houden.
- Varkensvlees dat niet snel verwerkt werd, kon snel ziekten veroorzaken.
Toen die wet gegeven werd door God, woonden de Israëlieten in de woestijn van Sinaï, onderweg van Egypte naar het Beloofde Land. En in die tijd hadden ze geen koelkasten in de woestijn…
Gods wet over varkensvlees was dus geen willekeur, maar praktische bescherming: Zijn volk zou gezond blijven en besmetting voorkomen. God wilde goed voor Zijn volk zorgen en dus maakte Hij regels om dat te bewerkstelligen.

Moeten wij ons vandaag nog aan deze wetten houden?
Met de komst van Jezus Christus verandert alles. Paulus schrijft in Romeinen 14:14:
“Ik weet en ben overtuigd in de Heere Jezus dat niets op zichzelf onrein is, behalve voor wie het als onrein beschouwt.”
En in Handelingen 10:15, als Petrus een visioen krijgt:
“Wat God rein verklaard heeft, mag u niet onrein noemen.”
De voedselwetten van het Oude Testament zijn dus niet meer bindend voor christenen. Ze waren bedoeld voor het volk Israël in een specifieke tijd en omgeving, vaak met praktische gezondheidsredenen, zoals we zagen bij varkensvlees.
Gods wetten: wijsheid en bescherming
God maakt geen wetten voor de lol. Ze dienen een doel: bescherming, gezondheid en spirituele discipline. Dankzij Christus zijn we vrij van ceremonieel-wettelijke regels, maar de wijsheid en het hart erachter blijven absoluut(!) relevant. Gods geboden laten zien hoe Hij zorgt voor Zijn volk. Toen en nu.
“Want Ik ben de HEERE, uw God; u moet u heiligen en u rein houden, want Ik ben heilig.” Leviticus 11:44
Kortom: varkensvlees eten is vandaag geen zonde, maar het oorspronkelijke verbod laat zien hoe God praktische zorg en wijsheid combineerde in Zijn wetten. En dat kan betekenen dat we nu dingen moeten laten of niet moeten doen, omdat ze ook nu ongezond voor ons zijn. Alhoewel het dan niet letterlijk in de Bijbel staat, is de geest van die Bijbel en van God nog steeds hetzelfde: Hij wil je behoeden om (ook geestelijk) ziek te worden. Niet omdat Hij je wil pesten met regels, maar omdat Hij van je houdt.