Rot maar lekker weg
Degenen die wel eens bij een Christelijke conferentie geweest zijn, kennen vast dat moment wanneer je dingen achter kunt laten bij het kruis. Ergens in de ruimte staat een houten kruis waar je briefjes aan kan plakken, onder kan leggen of noem maar op. Het staat symbool voor datgene wat je krampachtig vasthoudt, of wat je moeilijk over kan geven aan God. Door het op te schrijven en letterlijk bij het kruis achter te laten, verbindt je aan je verlangen en wens een echte actie. Die maakt het makkelijker om ook daar te laten.
Maar wat gebeurt er vervolgens met die briefjes?

Bij de Aufatmen retraite hebben we ook zo’n moment gehad. Datgene wat je tegenhield om God te vertrouwen kon je bij het kruis neer leggen. Aan de voet van het kruis stond daarvoor een mandje.
Maar na de samenkomst stond dat mandje er nog steeds, terwijl iedereen soort van opgelucht was dat dat nu weggelegd was. Wat doen we met die briefjes in dat mandje?
Je kan ze bij het oud papier gooien. Ze blijven rondreizen tot ze ergens in een recyclingfabriek terecht komen en gebruikt worden om karton of papier van te maken.
Hmmm, dan krijgen ze een soort van tweede leven. Nee, dat kan niet. Weg is weg en dat moet zo zijn.
Verbranden?
Op zich een goede optie, maar eigenlijk duurt dat veel te kort. Ze hebben zo lang het leven zuur gemaakt en hoewel verbranden pijnlijk is en er niets overblijft van het papier, gaat het te snel.
Daarom hebben we een begravenis gehouden.
Met iedereen die er bij wilde zijn hebben we de briefjes in een graf gelegd. En symbolisch heeft iedere persoon een handje aarde over de briefjes gegooid.
Rot nu maar langzaam weg!