Jij mag dat niet doen! Of…..
Een poosje geleden had ik een leuk gesprek met een hobby collega. Geen christen, maar we hebben dezelfde hobby (modeltreinen…) en het was superleuk. De gesprekken gingen over van alles en nog wat en ook over best wel pittige onderwerpen. Hij stelde ook wat vragen aan mij hoe ik over ethische vraagstukken dacht en ik heb die beantwoord met niet mijn mening, maar met wat de Bijbel zegt over dat soort (enorm ingewikkelde) vraagstukken.
Ik heb ook aangegeven dat ik sommige van die vraagstukken ook best ingewikkeld vond als mens, maar tja… als de bijbel A zegt.. dat doe ik A. Hoe ingewikkeld het soms ook is, en hoe weinig ik er soms ook van begrijp. Ik ben niet alwetend, ik ben niet God, ik ben niet perfect, maar God is dat wel en Zijn woord is dat ook. Dus ik vertrouw op God, ook als ik dingen niet snap. En wat mijn hobby collega ervan vond, vond ik prima. Hij is geen christen, het is zijn mening, dus wie ben ik om zijn opvattingen te beoordelen?
Neem iemand met een zwak geloof in uw midden op zonder zijn persoonlijke opvattingen te veroordelen. (Romeinen 14:1)
En dat niet veroordelen werkt. Dat geeft enorm veel ruimte in een gesprek, het gesprek blijft ook vriendelijk en leuk, je bent dingen aan het uitwisselen en leert van elkaar. En dat gaf hij ook letterlijk aan:
Ik kan mij niet herinneren ooit een gesprek te hebben gehad over “het geloof” wat zo leuk is. Je geeft mij alle ruimte, bent heel helder en ik voel geen enkele veroordeling die ik in alle andere gesprekken over “het geloof” wel heb gehad altijd. Die gesprekken waren allesbehalve leuk en ik voelde mij niet gehoord, maar wel enorm veroordeeld, alsof ik slecht ben en jullie altijd goed. Wat een leuk gesprek zo, moeten we vaker doen!
Waarom die aanpak? Heel simpel, Romeinen 14:1 is helder en ook 1 Corinthiërs 5:12 is er heel helder over:
Het is niet mijn taak om te oordelen over de mensen die níet bij Gods gemeente horen. Jullie oordelen toch ook alleen over de mensen die bij de gemeente horen? God zal Zelf wel over de anderen oordelen. (1 Corinthiërs 5:12)
Oftewel, niet mijn pakkie aan om ook maar iets van een oordeel te hebben over wat een niet-christen doet. Want als we dat wel doen, zijn we niet alleen on-Bijbels bezig, maar gooien we ook deuren dicht die je nu net open wilt houden.
Het enige wat ik kan en moet doen, is zeggen hoe ik om ga met (in dit voorbeeld) ethische vraagstukken en waarom en op welke basis ik dat doe. En ook kan ik ze aangeven dat ik zeker niet ze veroordeel, maar dat ik wel geloof dat God dat wel doet en dat ik ook geloof in de consequenties die daar weer aan vast zitten.
Vertrouw uzelf helemaal aan Christus toe. Hij is onze Here. Wees altijd bereid verantwoording af te leggen van de verwachting waaruit u leeft, als daarom gevraagd wordt. Maar doe het wel vriendelijk en met het nodige respect. (1 Petrus 3:15)
Zou ik hetzelfde gesprek met christen zijn geweest, dan was het een heel ander gesprek geweest (zie Mattheüs 18:9-13), want dan gelden er ook andere regels.
Maar in dit geval? Geen oordeel, geen “ja, maar ik vind”, niets. En dat gaf een prachtig gesprek waar we samen van hebben genoten. Prachtige hobby die modeltreintjes trouwens.
