Ik mag leven
Vandaag hebben we het over een zaadje in de grond wat uitgroeit tot wat hij nu is. Ze stellen zich voor dat zij het zaadje zijn in de grond en zich een weg vechten naar lucht en licht. Daar groeien ze verder in een bepaalde omgeving. De opdracht is om dit in beeld weer te geven. Daarna wordt er een gedicht bij geschreven.
Tijdens het tekenen begint ze te huilen. Stilletjes rolt de ene traan na de andere traan over haar wang.
Bij de nabespreking deelt ze wat haar zo raakte:
Ik hoef niet weg te duiken in de zwarte grond, ik mag hier en nu groeien en bloeien.

Ze is op vakantie in Poznan bij een vriendin. Volgende week gaat ze weer terug naar de Oekraïne waar ze nog steeds woont. Ook al is het relatief rustig in het gebied waar ze woont, de spanning is er elke dag. Elke dag vliegen er raketten over, wat inmiddels als normaal wordt beschouwd…
Wanneer ze weg gaat bedankt ze me: “dit heeft me goed gedaan, ik voel me een stuk beter!”
Niet alleen mocht de angst er even zijn, hij is zichtbaar gemaakt in de vorm van het zaadje wat wegkruipt in de zwarte grond. Ze heeft zichzelf erkenning gegeven in het wegkruipen en daarbij heeft ze zichzelf de vrijheid gegeven om zelfs nu wanneer er zoveel onzekerheid en angst is, ook in deze situatie mag groeien en bloeien.
Dat wat al zo lang onder het oppervlak heeft gesudderd is erkend en zichtbaar gemaakt – dat lucht op. In plaats van wegstoppen of negeren krijgt het aandacht en kan er acceptatie plaats vinden dat het is zoals het is op dit moment. En kan er zelfs een stap verder gezet worden. Zo ontstaat er ruimte en lucht om verder te kunnen.