Wees altijd bereid.

Een poosje terug sprak ik iemand die zei dat hij God nog nooit had gezien.

“Waar is het bewijs dat God bestaat, is er een teken wat hij zou kunnen zien, dat het bewijs is daarvan?!!!”

De manier waarop hij dat vroeg, was eigenlijk geen vraag. Het was meer een soort van aanval, zoeken naar oeverloze discussies, zoeken naar twist. Dat betekent echter niet dat je dan niet in hoeft te gaan op die vraag:

1 Petrus 3:15 “Maar heilig God, de Heere, in uw hart; en wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en ontzag.”

Let wel, 1 Petrus 3:15 vraagt niet om opdringerigheid, maar om bereidheid. Wat betekent dat “altijd bereid” in 1 Petrus 3:15 eigenlijk? Het betekent:

  • Je bent innerlijk klaar, niet dat je iedereen moet overtuigen.
  • Als iemand echt vraagt naar jouw geloof of hoop, geef je met liefde antwoord.
  • Het gaat om zachtmoedigheid en respect, niet debat of strijd.

Oftewel, zolang het om uitleggen gaat, is er alle ruimte voor een gesprek. Zodra er echter “ruzie wordt gezocht”, wordt het een ander vraagstuk:

2 Timoteüs 2:24-25 “Een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken, maar vriendelijk zijn voor iedereen, bekwaam om te onderwijzen en bereid om te lijden. Hij moet met zachtmoedigheid onderwijzen wie zich verzetten, in de hoop dat God hen tot inkeer brengt.”

Ik heb hem eerst een paar bijbelverzen gegeven die gaan over God kunnen zien, want ik kan wel alles vinden en bedenken, maar de Bijbel zegt er zeker ook wat over:

Psalm 19:2: “De hemel vertelt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen.”

Psalm 8:4: “Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door U daar bevestigd…”

Jesaja 6:3: “De hele aarde is vervuld van zijn majesteit.”

Job 12:7-9: “Vraag het toch aan de dieren – zij zullen het je leren, aan de vogels in de lucht – zij vertellen het je…”

Romeinen 1:20: “Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige macht en goddelijkheid zijn te herkennen in wat Hij gemaakt heeft.”

Dit soort verzen benadrukken dat Gods aanwezigheid en eigenschappen zichtbaar zijn in de schepping, in de natuur, de kosmos, het leven op aarde en dat mensen daardoor iets van Hem kunnen kennen, zelfs zonder een directe openbaring.

Oftewel, we kunnen het zien, dat is meer dan duidelijk. Paulus beschrijft dat heel mooi, maar ook heel duidelijk in het volgende vers:

Romeinen 1:19-20 “Wat een mens over God kan weten, is hun bekend; God zelf heeft het hun bekendgemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige macht en goddelijkheid. Zo is er geen verontschuldiging.”

Dan blijft alleen de vraag over of we het ook willen of geestelijk kunnen zien, want het ontkennen dat God er is, is dus niet mogelijk. En dan komen we bij het volgende vers uit dat hoofdstuk:

Romeinen 1:21 “Want hoewel ze God kenden, hebben ze Hem niet als God geëerd of gedankt. In hun denken dwaalden ze af, en hun verstand, dat tot inzicht moest leiden, werd verduisterd.”

Je ziet dus, dat iedereen God kent (in dit voorbeeld door de natuur en alles wat God geschapen heeft), maar dat betekent niet dat iedereen Hem eert of dankt daarvoor. De oorzaak daarvan staat ook helder in dat vers: “In hun denken dwaalden ze af, en hun verstand, dat tot inzicht moest leiden, werd verduisterd.”

Mensen zien wel iets van God (vers 19,20), maar kiezen ervoor (vers 21) Hem niet te erkennen. Het gevolg: hun innerlijke denken raakt verduisterd. Ze gaan andere dingen vereren (zoals de natuur zelf, of zichzelf) in plaats van De Schepper. In de verzen 23-25 zien we dan iets wat herkenbaar moet zijn, ook voor iedereen in onze tijd:

Romeinen 1:23-25 “Want ze hebben de macht en majesteit van de onsterfelijke God niet willen aanbidden. In plaats daarvan hebben ze beelden gemaakt van sterfelijke mensen of dieren en die als goden aanbeden. Daarom gaf God hen in de macht van hun eigen slechte gedachten. Daardoor gingen ze ook heel verkeerde dingen met hun lichaam doen: ze kregen heel verkeerde ideeën over seks. En dat kwam doordat ze Gods waarheid vervingen door leugens. In plaats van God te aanbidden, aanbaden ze dat wat door Hem gemaakt was. Maar juist God Zelf moeten we voor eeuwig prijzen! Amen! Zo is het!”

Herkenbaar? Kijk eens om je heen, de aanbidding voor wat God gemaakt heeft, is in deze tijden groter dan God zelf…. Die “dingen met hun lichaam doen”, idem. Heel verkeerde ideeën over seks kom je ook overal en nergens tegen.

Dus God kent iedereen, maar niet iedereen begrijpt het. En dan komen we uit bij het volgende vers:

1 Korintiërs 2:14 “Een mens zonder de Geest aanvaardt niet wat van Gods Geest komt. Voor hem is het dwaasheid, hij kan het niet begrijpen, omdat het geestelijk moet worden beoordeeld.”

Iedereen ziet de schoonheid van de natuur, maar zonder de Heilige Geest kan hij de diepere geestelijke betekenis (Gods majesteit, heiligheid, genade) niet echt vatten. Het lijkt hem misschien gewoon “toeval” of “natuurkracht”. En waar komt die verduistering vandaan?

2 Korintiërs 4:3-4 “Als ons evangelie al is bedekt, dan is het bedekt voor hen die verloren gaan. De god van deze wereld (satan) heeft hun denken verblind, zodat ze het licht van het evangelie van de luisterrijke Christus niet zien.”

Daar komt dus die geestelijke blindheid vandaan. Niet door gebrek aan bewijs (want er is meer dan genoeg bewijs), maar door een innerlijke verblinding, versterkt door de invloed van het kwaad. En dan komen we uit bij iets wat veel rust geeft. als je snapt wat er staat. Dit vers gaat over Lydia. Ze hoorde Paulus wel, maar pas toen God haar hart opende, begreep ze de boodschap echt:

Handelingen 16:14 “De Heer opende haar hart, zodat ze aandacht schonk aan wat Paulus zei.”

Oftewel, wij kunnen heel veel zeggen dat God door wat Hij gemaakt heeft zich geopenbaard heeft aan iedereen, we kunnen discussiëren met iedereen over het bewijs dat God bestaat, (tot we een “ons wegen”), maar het is aan God, om door Zijn geest, hun hart te openen. Daarvoor zijn wij niet machtig / krachtig genoeg (nooit), maar God wel. En dan kun je gesprekken, zoals deze, ook prima voeren met iemand zonder boos op ze te worden.

  • De natuur laat Gods bestaan en karakter zien (Romeinen 1:20, Psalm 19).
  • Maar de geestelijke blindheid van de mens verhindert ware erkenning van God (Romeinen 1:21, 2 Kor. 4:4).
  • De natuurlijke mens (zonder Heilige Geest) begrijpt geestelijke waarheid niet (1 Kor. 2:14).
  • God Zelf moet het hart openen om echt te zien, geloven en erkennen wie Hij is (Hand. 16:14).

En daarmee komen we uit op de laatste, nog iets ingewikkeldere bijbelverzen als het gaat om vragen die eigenlijk geen vragen zijn, om mensen die je “vragen” stellen om ruzie te maken:

Spreuken 23:9 “Spreek niet ten aanhoren van een dwaas, want hij veracht de wijsheid van uw woorden.”

Mattheüs 7:6 “Geef het heilige niet aan de honden en werp uw parels niet voor de zwijnen, opdat zij ze niet onder hun poten vertrappen en zich omkeren en u verscheuren.”

Dus na (met bijbelverzen) uitgelegd te hebben hoe wij allemaal God zien, waarom wij God Zijn geest nodig zijn om onze verduisterde harten te openen en onze blindheid te kunnen genezen, was voor mij het deel van 1 Petrus 3:15 (Maar heilig God, de Heere, in uw hart; en wees altijd bereid tot verantwoording aan ieder die u rekenschap vraagt van de hoop die in u is, met zachtmoedigheid en ontzag.) voorbij en ben ik verder gegaan naar een volgende persoon die ook vragen had. Zonder wrok, kwaadheid, negatieve gevoelens, niets. Het is nu (en het was al voordat ik het gesprek aan ging met deze persoon) aan God en niet aan mij. Mijn taak zat erop, God is en was aan zet en dat heb ik in gebed aan God gevraagd.

1 Petrus 3:15 vraagt niet om opdringerigheid, maar om bereidheid. Ben jij, vandaag, bereid om het gesprek aan te gaan op deze basis? Kom op, de straten zijn vol met mensen die antwoorden zoeken, ga het gesprek aan, vandaag.