Het Dunning-Kruger-effect in pastoraat: wanneer goede bedoelingen heel gevaarlijk worden
Als zendeling op het veld of als voorganger in de kerk sta je vaak op de eerste rij als het gaat om menselijke nood. Je ziet het gebeuren: een huwelijk loopt vast, een zendeling raakt totaal oververmoeid, of iemand zit zo diep in de put dat die dakloos is geworden. Je hart breekt en je wilt helpen. Natuurlijk wil je helpen!
Veel kerken en zendingsorganisaties hebben daarom trainingen en cursussen voor pastoraat. In een niet-christelijke omgeving zouden we het een cursus coaching of counseling kunnen noemen. Hartstikke goed! Je leert een handig stappenplan, je leert gesprekstheorieën, en je ontvangt een certificaat. Meestal ben je er een paar zaterdagen mee bezig, parttime, één zaterdag per maand, en als je een beetje online zoekt, kun je al een certificaat pastoraat halen in 5 zaterdagen of 10 avonden verdeeld over één jaar.
Regelmatig ontmoeten we mensen die, wanneer ze horen wat wij dagelijks doen, vrolijk roepen: “Oh wat leuk zeg, ik heb ook een cursus pastoraat gedaan! Wat doen jullie mooi werk.”
En op dat moment gaan aan onze kant direct alle alarmbellen rinkelen.
Want in onze praktijk zien we helaas ook de schaduwzijde van dat goedbedoelde pastoraat, coaching en counseling. We krijgen met bosjes de slachtoffers binnen. Mensen die dieper in de put zijn geraakt, niet doordat de helper geen liefde had, maar omdat hij of zij – vaak zonder het zelf te hebben gemerkt – mijlenver over de eigen grens is gegaan. En dat geldt niet alleen voor de cliënt, maar ook voor de pastoraal medewerker zelf…
Hoe kan dat zo fout gaan?
1. Waarom de cursus én de medewerker klem zitten
Je kunt het de pastoraatmedewerker nauwelijks kwalijk nemen. Laten we helder zijn: het is geen onwil, maar onwetendheid. De cursussen en trainingen die zo gretig worden gevolgd, vertellen er zelden eerlijk bij wat de risico’s zijn; of het wordt vluchtig in de kantlijn genoemd. En ergens is dat ook logisch: er is simpelweg de tijd niet voor. Er wordt een handig stappenplan aangereikt – ooit bedacht door een echte psycholoog of therapeut – maar de dieperliggende ‘waarom ging er iets fout’-vraag ontbreekt. De tijd om echt onder de motorkap van de mens te kijken is er simpelweg niet.
Daarmee kun je de opleiders op hun beurt ook nauwelijks kwalijk nemen. Zij krijgen van de cursisten maar een beperkte tijd: een handvol dagen of avonden verspreid over een jaar. Dat is een nagenoeg onmogelijke opdracht als je kijkt naar de heftige problematiek die je in de praktijk direct tegenkomt. Misbruik, echtscheidingen, armoede, verslavingen of diepe zingevingsvragen zijn geen uitzonderingen in het pastoraat; het is dagelijkse kost. Ingewikkelde onderwerpen met een wortel die vaak heel diep zit. Hoeveel kun je daarover overdragen in een cursus van een paar weken? Heel weinig, en in verhouding tot de werkelijkheid eigenlijk niets.
Het verschil in opleiding
- Een typische cursus (‘Contextueel Pastoraat’ of ‘Pastoraat en Counseling’):
- De tijdsinvestering: vaak een aantal zaterdagen of avonden per jaar (een deeltijd-tijdsinvestering op kleine schaal, te volgen naast een drukke baan in een ander vakgebied).
- De praktijk: er wordt geoefend in groepjes met rollenspellen of er worden een paar ‘veilige’ praktijkcasusjes uit de eigen kring besproken.
- Een erkende HBO- of universitaire opleiding:
- De tijdsinvestering: minimaal 4 jaar voltijd studeren (ongeveer 1.680 uur per studiejaar, zo’n 6.700 uur aan diepgaande theorie, colleges, literatuurstudie en toetsing).
- De praktijk en stage: meer dan een jaar lang voltijd praktijkervaring in de harde praktijk van bijvoorbeeld de GGZ, psychiatrie of verslavingszorg, onder strenge supervisie van ervaren klinisch psychologen en psychiaters.
En in alle eerlijkheid, pas na die 4 jaar fulltime opleiding begint het echte leren, want om (bijvoorbeeld) ingeschreven te staan in het Kwaliteitsregister Vaktherapie moet je continu aan eisen voldoen qua werkervaring (minimaal 1600 uur in vijf jaar), verplichte bij- en nascholing, en intervisie/supervisie (200 punten verzamelen over vijf jaar).
Omdat een korte cursus diepte en die gevaren nooit kan belichten, kan de goedbedoelde pastoraal medewerker oprecht denken dat hij of zij na zo’n traject mensen vakkundig kan begeleiden. En daar gaat veel mis en helaas zien we daar letterlijk iedere week de slachtoffers van aan deze kant…
2. Het Dunning-Kruger-effect
Psychologen David Dunning en Justin Kruger ontdekten een fascinerende én gevaarlijke wetmatigheid: “Mensen met weinig kennis of vaardigheid op een bepaald gebied hebben de neiging om hun eigen expertise zwaar te overschatten in dat gebied.”
Je hebt niet genoeg kennis om te beseffen hoeveel je niet weet.
Vertaald naar de praktijk betekent dit dat hoe minder je weet van de enorme, complexe diepte van de menselijke psyche, hoe groter je zelfvertrouwen is dat “je het wel even op kunt lossen”. Pas wanneer je jarenlang studeert en vlieguren maakt, ontdek je pas echt hoe gigantisch het gebied is waar je geen verstand van hebt. Maar wie net een cursus heeft afgerond, mist de zelfkennis om in te zien hoe risicovol zijn of haar eigen beperkte bagage is. De Dunning-Kruger-theorie laat zien dat dit een volkomen logisch menselijk mechanisme is, maar wel een levensgevaarlijke valkuil waar we dringend van moeten leren.
3. Van een trucje naar schijnveiligheid
Zolang je te maken hebt met een milde, eenvoudige vraag, werkt pastoraat (of coaching, counseling) aardig. Het geeft houvast. Maar het grote risico is dat de medewerker wel de hoe leert (het trucje voor het moment), maar nooit het waarom. Als je niet snapt hoe de menselijke geest werkt, hoe een vastgelopen zenuwstelsel reageert, of welk diepgeworteld trauma en hechtingsprobleem er onder iemands gedrag schuilt, mis je de kern volledig. Je plakt een model op iemands gedrag, maar je hebt al snel geen flauw idee wat je daarmee feitelijk aanricht in het binnenste van de ander. En het gevaarlijke is: de cliënt zelf heeft dat al helemaal niet door. Die is immers cliënt en geen hulpverlener; die gelooft blind in de goede intenties en de deskundigheid van de helper. Er gaat een doos van Pandora open terwijl beide partijen niet doorhebben dat die open gaat, laat staan dat ze weten hoe ze die weer dichtkrijgen.
Twee praktijkvoorbeelden uit het zendingsveld en de kerk:
- De zendeling met een diepe burn-out: Stel je een zendeling voor die na jaren hard werken op een afgelegen veld instort. De spanningen waren te hoog, en onverwerkt jeugdtrauma komt keihard naar boven. Een collega-zendeling met een certificaat ‘pastoraat’ schiet te hulp. Die past een geleerd gespreksmodel toe en zegt met de beste bedoelingen: “Je moet je meer op Jezus richten, je roeping niet loslaten en door de pijn heen bijten.” Omdat de helper niet snapt dat het zenuwstelsel van deze zendeling in een totale noodstand (een freeze) staat, ramt hij als het ware door de grenzen van de ziel heen. Het resultaat? De zendeling voelt zich schuldig, faalt in het geloof en belandt in een diepe psychische crisis. Het ‘trucje’ heeft de wond alleen maar groter gemaakt.
- Het ruziënde echtpaar: In een gemeente loopt een echtpaar al jaren op eieren. Er is diepe onveiligheid en wantrouwen. Een goedbedoelde ouderling probeert te helpen met een christelijk communicatiemodel uit aangeschaft lesmateriaal: “Jullie moeten gewoon ‘ik-boodschappen’ gebruiken en elkaar goed aankijken.” Maar achter die ruzie zit een diepe hechtingsangst en oud zeer. Door door te duwen op gedragsniveau ontstaat er geen verbinding, maar juist meer onveiligheid. Achter de voordeur escaleert de boel, omdat de pastoraatmedewerker geen flauw idee heeft dat hij met een complex psychologisch patroon te maken heeft.
Om het scherp te zeggen: denk eens aan het verschil tussen een kapper en een hersenchirurg. Beide werken aan je hoofd, maar je laat je haren niet knippen door iemand die een YouTube-filmpje van een uur heeft gelezen over hersenoperaties. Dat voel je direct aan als levensgevaarlijk. Kappers zijn heel hard nodig (ik moet er ook nodig weer eens heen) en hersenchirurgen ook. Geen kwaad woord over beide vakgebieden, maar als we ze gaan mixen… gaat het heel snel, heel erg fout. Beide zijn nodig, maar wel binnen hun eigen kaders. Maar in het pastoraat gebeurt dit omgekeerd wel vaak.
4. Waarom de cliënt zelf ook liever voor pastoraat kiest
Het mes snijdt in deze situatie aan twee kanten. Niet alleen de pastoraatmedewerker overschat zichzelf; de cliënt zelf is vaak ook maar al te blij met een pastorale route in plaats van een zwaar, professioneel traject. Wie kiest er nu vrijwillig voor de GGZ of een langdurig therapeutisch traject als het ook via ‘een goed gesprek en een gebed’ in de kerk kan worden opgelost? De drempel voor professionele zorg is om allerlei redenen hoog:
- De pijn van het graven: Echte therapie vraagt moed. Je moet door oude pijn heen, trauma’s aankijken en je eigen patronen onderzoeken. Dat doet pijn en kost bakken met emotionele energie. Pastoraat voelt vaak zachter en minder bedreigend.
- Tijd en energie: Mensen gunnen zichzelf de tijd vaak niet. Een therapeutisch traject vergt een lange adem, terwijl een pastorale ‘quick fix’ lekker snel lijkt te gaan.
- Schaamte en stigma: Toegeven dat je professionele of psychiatrische hulp nodig hebt, voelt voor velen (zeker in christelijke kringen of op het zendingsveld) als falen of als een gebrek aan geloof. Pastorale hulp voelt ‘veilig geestelijk’, professionele zorg brengt de angst met zich mee dat je ‘gek’ bent.
En dus houden de helper en de cliënt elkaar gevangen in een comfortabele illusie: “We hebben het samen met de Heer opgelost.”
De cliënt loopt weg met een pleister op een open botbreuk, in de veronderstelling dat hij genezen is. Totdat het de volgende keer nóg harder misgaat.

5. De grens kennen: Waarom Martin en Esther samenwerken
Voor voorgangers en zendelingen voelt stoppen of doorverwijzen vaak als falen. Er rust een enorme druk op: “Als wij als kerk of zending dit niet kunnen oplossen, waar kan de mens dan nog heen?” Daardoor blijven mensen doorploegen en ver over hun grenzen heen gaan.
Zelf sta ik (Martin) ook in het pastoraat en de coaching. Maar ik ben absoluut(!) geen therapeut. Als iemand bij mij komt met een crisis, kan ik er voor die persoon zijn in het hier en nu. Ik luister, ik bied een veilige plek en we bidden. Maar zodra de problematiek complexer wordt, stop ik direct. Ik ga niet zelf in het verleden graven om te ontdekken waarom het is misgegaan, en ik ga al helemaal geen toekomstpreventie ontwerpen. Dat is namelijk een heel ander vak: dat is het werk van een geschoolde therapeut (zoals Esther).
Als je als pastor of coach probeert om in de diepe trauma’s iemands verleden te gaan graven zonder de vakkennis, maak je meer kapot dan je lief is. Je haalt de doos van Pandora open en hebt vervolgens geen idee hoe je die weer veilig sluit.
6. Waar stopt het pastoraat?
Pastoraat is prachtig. Omzien naar elkaar, een arm om iemand heen slaan, bidden voor elkaar, bemoedigen en wijzen naar Gods liefde – dat is de kern van de gemeente. Maar pastoraat is geen therapie.
Zodra een probleem dieper gaat dan een tijdelijk dipje, zodra er trauma’s meespelen, of zodra de draagkracht compleet overvraagd is, houdt het op. Een goede herder redt geen schaap door het zelf te proberen te opereren als het een open wond heeft. Een goede herder brengt het schaap naar de specialist.
Laten we eerlijk zijn naar elkaar toe. Durf te erkennen waar je grens ligt. Niet omdat je minder lief bent, maar omdat je de ander zo liefhebt dat je geen slachtoffers wilt maken, maar werkelijke, veilige hulp gunt.
6. Advies voor de pastoraal medewerker: Blijf in het hier en nu
Voel je als pastoraatmedewerker, ouderling of zendingswerker niet bezwaard om je grenzen te bewaken. Sterker nog, het is de meest liefdevolle keuze die je kunt maken voor degene die tegenover je zit. Houd daarom dit eenvoudige maar levensreddende handvat aan:
- Blijf in het hier en nu: Luister met een oprecht hart, bied een veilige plek waar iemand zijn verhaal kwijt kan, en bid samen. Dat is de pure, prachtige kracht van pastoraat.
- Stop zodra het complex wordt: Zodra je merkt dat de problematiek dieper gaat dan een tijdelijk dipje, of te maken heeft met trauma, zenuwstelselregulatie of zware hechtingsproblematiek: stop. Ga niet zelf in het verleden graven.
- Verwijs sneller door: Erken dat doorverwijzen geen falen is, maar de enige juiste herderszorg. Breng het schaap naar de specialist.
Waarom dit je eigen nek (en die van de cliënt) redt: het drijfzand.
Als je op de stoel van de therapeut gaat zitten zonder de juiste bagage, stap je in drijfzand. Je sleept de cliënt mee in datzelfde drijfzand, met alle desastreuze gevolgen van dien. Je geeft de ander een gevaarlijke schijnveiligheid (“Kom maar bij mij, ik los het op”), terwijl je zelf in diepe gewetensnood raakt. Je raakt verstrikt in de problemen van een ander, je weet van gekkigheid niet meer wat je moet doen, en je ligt er nachten van wakker, omdat je voelt dat je boven je macht werkt.
Voorkom dat. Ken je grenzen, weet wat je niet kunt en niet snapt, en houd het pastoraat heilig binnen zijn eigen prachtige kaders.
(En om de cirkel rond te maken: in onze praktijk krijgen we regelmatig ook pastorale medewerkers zélf binnen voor therapie, omdat ze totaal zijn vastgelopen in hun eigen rol en overbelast zijn geraakt. Iets om diep over na te denken.)
P.S. Overigens wordt het helemaal pijnlijk als je kijkt naar de meten-met-twee-maten-cultuur in sommige kringen. Aan de ene kant hebben wij inmiddels samen 23 verschillende pastoraatcursussen op zak, geen grap, simpelweg omdat de ene organisatie de opleiding van de andere niet erkent. Sterker nog: je mag officieel geen pastoraat doen als je niet hun specifieke stempel hebt. Zelfs niet als je al jarenlang in het vak zit.
Dat iemand met een professionele, jarenlange praktijkachtergrond eerst nog een ‘papiertje’ moet halen bij een club die zelf nauwelijks praktijkervaring heeft… leg mij dat maar eens uit. Bizar. En over de diepte van die 23 certificaten gaan we het maar niet hebben – sommige zijn qua niveau echt te simpel voor woorden. Maar zonder dat specifieke stempeltje kom je er niet in of mag je niet blijven.
Maar de omgekeerde wereld is minstens zo eng. Iemand haalt certificaat X, mag opeens ‘officieel’ het pastorale team in, en wordt – soms zonder enige diepgaande kennis, zonder inlevingsvermogen of praktijkervaring – losgelaten op kwetsbare cliënten. Waarom mag dat? Omdat ze dat felbegeerde papiertje hebben. Het is ronduit beangstigend.
Misschien vind je dit allemaal niet leuk om te lezen… maar wat wij nóg minder leuk vinden, is om steeds, steeds maar weer, geconfronteerd te worden met de slachtoffers. Voordat we aan de slag kunnen met het echte probleem, moeten we eerst door de beschadigingen worstelen die goedbedoelende pastoraatmedewerkers hebben aangericht. Dat kost veel tijd en is moeilijk werk: want hoe win je het vertrouwen dan nog? Daarom hebben we dit toch online gezet: als waarschuwing, zodat er hopelijk minder slachtoffers vallen. We worden er soms dood- en doodmoe van, en hebben het – ook om die reden – veel te druk in onze praktijk.
Spreuken 3:5-7: “Vertrouw op de HEERE met uw hart, en steun op uw eigen inzicht niet. Ken Hem in al uw wegen, en Híj zal uw paden rechtmaken. Wees niet wijs in eigen ogen, vrees de HEERE en wijk van het kwade.”
Ken je grenzen. Weet wat je niet kunt, en wat je niet snapt.