Hedendaagse “profeten”.

In sommige kerken en bewegingen hoor je mensen die zichzelf ineens profeet noemen. Ze zeggen namens God te spreken en specifieke boodschappen te ontvangen voor individuen of de gemeente. Ik zag laatst zelfs een poster voor een uitnodiging voor een “genezingsdienst door de grote profeet xyz”.

We komen ze aan deze kant ook vaak tegen en ik krijg daar altijd de kriebels van. Vandaag vroeg iemand aan mij of ik ook een profeet ben? Uh, nee! En door die vraag te stellen… krijg ik kriebels, gaan er rode lampen aan, want wat gelooft die persoon echt?

Want als we de Bijbel zorgvuldig lezen, wordt duidelijk dat het profetenambt in zijn oorspronkelijke vorm niet meer nodig is en er ook heel anders uitziet van wat we nu rondom ons zien gebeuren….

In het Oude Testament sprak God tot Zijn volk door profeten. Denk aan mensen als Jesaja, Jeremia, Ezechiël en Hosea. Zij ontvingen woorden rechtstreeks van God en gaven die door. De profeet was een tussenpersoon tussen God en mensen, vooral in een tijd dat de volledige openbaring van God nog niet beschikbaar was.

Wat opvalt, als je de profeten in de Bijbel leest, is dat hun boodschap vaak niet populair en zeker niet comfortabel was. Ze kwamen niet met vleierij of oppervlakkige bemoediging, maar met waarschuwingen: “Bekeer u, anders volgt oordeel.” Hun woorden waren vaak vlijmscherp, zeer confronterend en bedoeld om mensen terug te brengen tot God.

Denk aan Jesaja die zei:

“Wee hun die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die duisternis voorstellen als licht en licht als duisternis” (Jesaja 5:20).

Of Jeremia die voortdurend riep:

“Bekeer u, ieder van zijn slechte weg en van de slechtheid van uw daden, dan zult u blijven wonen in het land dat de HEERE u en uw vaderen gegeven heeft” (Jeremia 25:5).

Ook Ezechiël kreeg de taak om het volk indringend te waarschuwen:

“Zeg tegen hen: Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, Ik vind geen vreugde in de dood van de goddeloze, maar daarin dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeer u, bekeer u van uw slechte wegen!” (Ezechiël 33:11).

Kortom, de profeten spraken meestal niet over voorspoed en zegen, maar riepen op tot bekering en waarschuwden voor oordeel als men hardnekkig bleef volharden in zonde.

Hoe anders klinkt dat dan de zogenaamde “profeten” van vandaag, die bijna uitsluitend voorspoed, succes en persoonlijke zegen uitspreken. De Bijbelse boodschap van bekering en waarschuwing ontbreekt daar vaak volledig. En dat is vreemd, want juist dat was de kern van de profetische bediening in de Bijbel.

En verder is er met de komst van Jezus Christus iets fundamenteels veranderd.

“Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft.” (Hebreeën 1:1-2)

Deze tekst laat zien dat de manier waarop God communiceert veranderd is. Vroeger sprak Hij via profeten, nu spreekt Hij door Zijn Zoon. Jezus is de volledige en hoogste openbaring van wie God is. Daar hoeft niets meer aan toegevoegd te worden.

Een ander belangrijk punt vinden we in Efeziërs 2 vers 19 en 20:

“Zo bent u dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Jezus Christus Zelf de hoeksteen is.” (Efeziërs 2:19-20)

Hier zien we dat de apostelen en profeten samen het fundament vormen van de gemeente. Een fundament leg je maar één keer. Daarna bouw je verder. Dat fundament is gelegd in de tijd van de eerste generatie christenen. Tegenwoordig heeft de kerk geen nieuwe profeten of apostelen meer nodig, omdat dat fundament al vastligt in het Woord van God.

Dat brengt ons bij een ander belangrijk punt: de Bijbel is volledig en toereikend. In 2 Timotheüs 3 vers 16 en 17 staat:

“Alle Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.” (2 Timotheüs 3: 16,17)

De Bijbel voorziet in alles wat een gelovige nodig heeft om God te kennen en Hem te dienen. Er is geen aanvullende openbaring nodig in de vorm van profeten. De Bijbel is genoeg.

Sterker nog, het boek Openbaring eindigt met een ernstige waarschuwing tegen het toevoegen aan Gods Woord. In Openbaring 22 vers 18 en 19 lezen we:

“Want ik getuig aan ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Als iemand iets aan deze dingen toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven zijn. En als iemand iets afneemt van de woorden van het boek van deze profetie, zal God zijn deel afnemen van het boek des levens, van de heilige stad en van de dingen die in dit boek geschreven zijn.” (Openbaring 22: 18,19)

Deze waarschuwing geldt in eerste instantie voor het boek Openbaring, maar het principe dat je niet moet toevoegen aan Gods openbaring loopt als een rode draad door de hele Bijbel. Zie bijvoorbeeld ook Deuteronomium 4 vers 2:

“U mag niets toevoegen aan het woord dat ik u gebied, en u mag daarvan niets afdoen, opdat u de geboden van de HEERE, uw God, die ik u gebied, in acht neemt.” (Deuteronomium 4: 2)

Nu we leven in de tijd ná de komst van Christus en ná de voltooiing van de Bijbel, moeten we extra voorzichtig zijn als mensen beweren een nieuwe boodschap van God te hebben. Jezus waarschuwde er zelfs voor dat valse profeten zouden opstaan, juist in de laatste dagen.

In Mattheüs 24 vers 11 zegt Jezus:

“En er zullen veel valse profeten opstaan en die zullen er velen misleiden.”

En in vers 24:

“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan, en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zó dat zij, als het mogelijk zou zijn, ook de uitverkorenen zouden misleiden.”

Deze woorden van Jezus zijn heel duidelijk. In plaats van dat we nieuwe profeten zouden moeten gaan verwachten, waarschuwt Hij juist dat valse profeten zullen komen. We worden dus opgeroepen tot waakzaamheid, niet tot openheid voor zogenaamde nieuwe openbaringen door nieuwe profeten.

Ook de apostelen bevestigen dit. In 2 Petrus 2 vers 1 schrijft Petrus:

“Maar er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, zoals er ook onder u valse leraars zullen zijn, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heere Die hen gekocht heeft, verloochenend, en zij zullen een snel verderf over zichzelf brengen.” (2 Petrus 2: 1)

En Paulus schrijft in Galaten 1 vers 8:

“Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.” (Galaten 1: 8)

De boodschap van de Bijbel is dus: blijf bij het evangelie. Het staat vast. Er is geen ruimte voor nieuwe profeten die namens God spreken met autoriteit.

Dat betekent niet dat de Heilige Geest niet meer werkt. God leidt ons nog steeds, geeft ons inzicht in Zijn Woord, troost ons, overtuigt ons van zonde en helpt ons om te leven tot Zijn eer. Maar dat is iets anders dan openbaring met gezag, zoals de profeten van vroeger die hadden.

De kern is eenvoudig. Jezus Christus is de volmaakte Profeet, Priester en Koning. De Schrift /Bijbel is volledig. Het fundament is gelegd. Als iemand zich vandaag profeet noemt en namens God wil spreken buiten de Bijbel om, dan moeten we dat niet zomaar aannemen, maar toetsen aan wat er geschreven staat in de Bijbel.

Als we daarin wandelen, zijn we op veilige grond en op Goddelijk fundament gebouwd.