God is niet doof
Ik had deze week een zeer teleurgestelde persoon op gesprek. Hij vroeg of ik voor hem wilde bidden. Qua gezondheid ging het hem niet goed, en hij was kwaad op God. Hij had al zo vaak gebeden, niet of God hem zou genezen, maar dat Hij het moest(!) doen. Toch gebeurde er niets.
Op mijn vraag hoe vaak hij dat al had gebeden, antwoordde hij: “Al honderden keren.”
Een klein spel dat ik in zulke situaties vaak doe, is niet meteen voor de ander bidden, maar hem eerst zelf laten bidden tot God. In zo’n gebed hoor je vaak heel veel tussen de regels door. In dit geval viel direct iets op, al aan het begin van zijn gebed:
“Ik spreek in de naam van God uit dat Hij mij zal genezen.”
Klinkt goed… of toch niet? Het kan bijbels zijn om zo te bidden, maar dat hangt sterk af van de houding en de context waarin je het zegt. Een voorbeeld:
“In de naam van Jezus Christus van Nazareth, sta op en wandel!”
(Handelingen 3:6)
Dat is een krachtige uitspraak “in de naam van Jezus”, maar Petrus sprak dit uit onder directe leiding van de Heilige Geest, niet op basis van zijn eigen wil of wens.
Jezus zelf zegt:
“Wie tot deze berg zal zeggen: Hef u op en werp u in de zee, en niet zal twijfelen in zijn hart… het zal hem gebeuren wat hij zegt.” (Markus 11:23)
Dat gaat over geloof dat rust op vertrouwen in God, niet op menselijke kracht. Een geloofsuitspraak kan bijbels zijn, maar alleen als die voortkomt uit afhankelijkheid van God, gehoorzaamheid en vertrouwen in Christus’ verdienste, niet uit zelfbevoegdheid.
Naar Zijn wil
Laten we verder kijken wat er fout gaat. De Bijbel zegt:
“Dit is de vrijmoedigheid die wij tegenover Hem hebben: dat, als wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons hoort.” (1 Johannes 5:14)
En in het Onze Vader lezen we die ene belangrijke regel:
“Uw wil geschiede.” (Mattheüs 6:10)
Ik weet niet wat God wil, ik ben ook maar een mens, maar wat Hij wil doen of niet wil doen is goed. Daar heb ik het volste vertrouwen in.
Dus als we Hem iets vragen, en niet iets opleggen of claimen, dan leert Christus ons in het Onze Vader: “Uw wil geschiede.” Dat zit letterlijk in het voorbeeldgebed van Christus zelf.
In wiens naam bid je eigenlijk?
We pakken er nog één keer het begin van zijn gebed bij:
“Ik spreek in de naam van God uit dat Hij mij zal genezen.”
In de Bijbel zien we dat gebed tot God via Christus gaat, niet rechtstreeks naar God. In Johannes 14:13–14 en Johannes 16:23–24 lezen we:
“En wat u ook zult bidden in Mijn naam…”
“Wat u de Vader ook zult vragen in Mijn naam…”
Dit is geen magische formule die God automatisch dwingt iets te doen. Het betekent dat we bidden in overeenstemming met Jezus’ wil, autoriteit en karakter, en vertrouwen op Zijn verdienste, niet simpelweg een wens uitspreken en verwachten dat Hij gehoorzaamt. Het is een respectvolle manier om God te benaderen. God is heilig, wij zijn dat niet, en alleen door Christus kunnen we tot God komen:
“Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.” (Johannes 14:6)
Kun je rechtstreeks tot God bidden? Ja, maar in het Nieuwe Testament komt Christus als bemiddelaar, en dit is de bijbelse weg. In het Oude Testament waren de gebeden direct tot God, maar nu bidt “de kerk” door Christus.
In Exodus 34 zien we hoe heilig God is:
Exodus 34:29–35 (samengevat)
– Mozes kwam van de berg, en zijn gezicht straalde doordat hij met God had gesproken.
– Het volk Israël zag zijn gezicht en vreesde te dichtbij te komen.
– Mozes bedekte zijn gezicht met een doek, en haalde het doek af wanneer hij tot God sprak, zodat de mensen zijn stralende gezicht konden zien.
Dit laat zien hoe overweldigend Gods heerlijkheid is. Het bedekken symboliseert de menselijke beperking in het aanschouwen van Gods volheid.
Daarom is het belangrijk Christus in ons gebed te betrekken. Wie Hem negeert, bidt nog steeds tot God, maar het herinnert ons aan onze afhankelijkheid van Christus als bemiddelaar.
God hoort wel, maar niet altijd zoals wij willen
Het belangrijkste punt is: God is niet doof.
Zoals we lazen in 1 Johannes 5 hoort God ons gebed, als we bidden naar Zijn wil:
“Dit is de vrijmoedigheid die wij tegenover Hem hebben: dat, als wij iets bidden naar Zijn wil, Hij ons hoort.” (1 Johannes 5:14)
Stel, je vraagt je partner of je vader om een bepaald cadeau voor je verjaardag. Hij heeft een plan, ziet het grotere plaatje en houdt van je. Met die kennis neemt hij een beslissing over wat goed is, niet alleen voor jou, maar voor het hele gezin.
En stel dat je niet krijgt wat je had gevraagd. Zou het helpen om, als een stampende kleuter, het nog eens te vragen? En nog eens? En nog eens?
God is niet doof. Hij weet wat je hebt gevraagd, Hij weet wat het beste is voor Zijn glorie, wat niet per se jouw glorie is. Dus waarom blijven herhalen? Hoe is het met je vertrouwen in God als je Hem honderden keren om iets vraagt wat Hij al lang weet?

Dat is een enorm probleem. Vertrouw je echt op God en op Zijn plan, voor Zijn glorie, of probeer je Hem via je gebed onder druk te zetten?
Als je dat laatste doet, zonder oprecht vertrouwen, dan krijg je geen rust. Integendeel. En juist die Goddelijke rust heb je hard nodig als je pijn hebt, in welke vorm dan ook. Want die rust wil God je graag geven als je vermoeid bent of onder lasten gebukt gaat:
“Kom naar Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal Ik jullie rust geven.” (Mattheüs 11:28)
De rust van vertrouwen
Eén van mijn grootste geloofshelden had aan het eind van zijn leven veel pijn. Maar omdat hij volledig vertrouwde op God, had hij rust, en werd zelfs zijn pijn anders. Heel bijzonder om te zien. Dat betekende voor hem volledige overgave aan God: alles aan Hem geven, ook de pijn en de zorgen. Die persoon is voor mij nog steeds het levende voorbeeld van Mattheüs 11:28.
God is dus niet doof. Hij hoort, Hij weet, en Hij zorgt, maar wel naar Zijn wil, en altijd door Christus. Juist daarin ligt de vrede die alle verstand te boven gaat:
“En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.” (Filippenzen 4:7)