Eens gered, altijd gered? (deel 2)

Als je eenmaal christen bent geworden en bent gered door christus, kan je dan toch je redding verliezen? In deel 1 hebben we die vraag meer dan duidelijk beantwoord, maar toch zijn we er nog niet. Als je deel 1 nog niet hebt gelezen, STOP NU! Ga niet verder, onder geen beding, maar ga eerst terug naar deel 1.

Als je dit leest gaan we ervan uit dat je deel 1 hebt gelezen en snapt wat daar staat en kunnen we verder met wat bijbel verzen die lijken te zeggen dat je toch je redding weer kunt verliezen. Laten we beginnen met de volgende stelling:

Als je op school meer 1000 keer hebt gehoord dat A+B=C, en je leest dan ineens in een boek drie keer dat het antwoord geen “C”, maar “X” is… Wat voor antwoord zou jij voor gaan? Helder toch? Het antwoord is en blijft “C”. De vraag is dan wel, waarom zeggen 3 passages dan ineens X? De waarheid is en blijft C, dus wat zou de uitlegger van het X antwoord dan hebben bedoeld? Al helemaal als de uitlegger van dat boek en al die 1000 andere verzen, met als uitkomst C, dezelfde schrijver is als die van het antwoord X.

Dan moet je dus even heel goed gaan kijken wat de schrijver echt bedoelt in die drie andere stukken waar, als je aan de oppervlakte leest, ineens X uit komt. Want die Goddelijke schrijver zal zichzelf nooit tegenspreken. Dus ligt het niet aan de schrijver, maar aan de lezer. Jij en ik. Wij lezen dus iets anders dan wat de schrijver heeft geschreven. Wij zijn het probleem en hebben wellicht nog niet voldoende kennis of inzicht om het te kunnen lezen. Dat betekent wellicht dat jij meer moet studeren, nog meer vertalingen erbij moet zoeken, nog meer boeken erover moet lezen om die 3 uitzonderingen op die alle andere 1000-en te kunnen begrijpen.

Dat gezegd hebbende, en er nog steeds vanuit gaand dat je echt deel 1 hebt gelezen, gaan we door naar het volgende vers:

Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven,

Filippenzen 2:12

Staat daar nu dat ik met (be)werken die ik doe aan mijn eigen behoudenis iets kan toevoegen? Oftewel, als ik niet daaraan (be)werk, kan ik die behouding dan verliezen? Nee.

Er staat bewerken. Geen werken, maar bewerken. Je hebt je behoudenis, door Christus gekregen en die behoudenis die je hebt moet je bewerken. Vergelijk het met een akker die je hebt gekregen van iemand. Dat land heb je gekregen, je moet het nu wel gaan bewerken om er goede vruchten vanaf te halen.

Verder staat nergens in dat vers het woord verliezen. Geen woord. Als de schrijver dat zo bedacht had en het zo zou zijn, zou dat er zeker in staan, maar verliezen staat er letterlijk niet eens in. Daarmee kunnen we dit vers als “Ik kan mijn behoudenis verliezen, zie je wel, dat staat hier” direct afschrijven. Dat zou ook vreemd zijn, want het volgende vers is meer dan duidelijk dat “werken” je niet kunnen redden:

…maakte Hij ons zalig, niet op grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar vanwege Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de Heilige Geest.

Titus 3:5

Je wordt dus niet behouden door je werken, maar door Zijn barmhartigheid. Punt. Dus wat bedoelt de schrijver dan wel met dat vers in Filippenzen 2:12?

Even terug naar de vraag waarom je toch goede dingen moet doen als je christen bent. Dat staat in Efeziërs 2:10

God heeft ons één gemaakt met Jezus Christus met de bedoeling dat wij het goede zouden doen, want dat heeft Hij altijd al gewild.

Efeziërs 2:10

Zodra jij één bent met Christus ga je het goede doen, omdat dat God zijn bedoeling was om mee te beginnen. Je goede werken hebben jou niet gered, Christus heeft je gered en omdat Hij jou heeft gered ga je vanzelf goede dingen doen. Je gaat Zijn akker, die Hij aan jou heeft gegeven, bewerken. Als jij als christen die akker welke je van Hem hebt gehad niet bewerkt, wat voor boom ben je dan? En als je die akker al wel bewerkt en er mee gaat stoppen, wat voor vruchten komen er dan uit die akker?

Aan hun doen en laten kunt u zien wat zij zijn, zoals men een boom kan herkennen aan zijn vruchten. U hoeft aan doornstruiken geen druiven te zoeken en aan distels geen vijgen. Als u wilt weten of een boom goed of slecht is, kijk dan naar zijn vruchten. Aan een goede boom komen geen slechte vruchten en aan een slechte boom geen goede. Alle bomen waar geen goede vruchten aan komen, worden omgehakt en verbrand. Ik bedoel dit: aan zijn doen en laten kunt u zien hoe iemand is.

Mattheüs 7:16-20

En dat is waar Paulus op wijst in Filippenzen 2:12. Als jij die door God gegeven akker niet goed bewerkt, of er zelfs mee stopt, dan zou ik zeker vrezen en beven, want dat is een heel slecht teken voor de boom….. Ga door met bewerken van die akker! Daar doelt de schrijver op. Blijf werken aan die redding die je al hebt gehad: Maak die akker iedere dag beter, mooier, nog meer vruchten.

Het antwoord op de vraag A+B is dus nog steeds C. Op naar het volgende vers:

Net als een sporter ben ook ik streng voor mezelf. Want anders word ik zelf ongeschikt voor de wedstrijd waar ik andere mensen voor opgeroepen heb!

1 Korinthe 9:27

Wat? Zegt Paulus daar nu ineens dat hij zelf “verworpen” kan worden, ondanks dat hij zelf prediker was omdat hij iets wel of niet deed?

De meeste van deze verzen kunnen duidelijk worden uitgelegd door naar de context te kijken. Want voor vers 27… staat vers 24 tot 26:

Jullie weten wel dat álle mensen die aan een hardloopwedstrijd meedoen, moeten rennen. Toch kan er maar één de prijs winnen. Leef dan alsof jullie een wedstrijd moeten winnen! En mensen die aan een sportwedstrijd meedoen, kunnen niet maar doen waar ze zin in hebben. Ze moeten hard trainen. Zíj doen dat om een aardse prijs te winnen. Maar wíj werken voor een eeuwige prijs! Ik ren als een hardloper op mijn doel af. Een hardloper loopt immers ook niet zomaar ergens heen. En een bokser slaat ook niet in het wilde weg in de lucht. En een sporter traint zijn lichaam en is er streng voor. Anders wordt hij afgekeurd voor de wedstrijd. Net als een sporter ben ook ik streng voor mezelf. Want anders word ik zelf ongeschikt voor de wedstrijd waar ik andere mensen voor opgeroepen heb!

1 Korinthe 9:24-27

Het gaat dus over het ontvangen van beloningen. Hij vertelt daar hoe wij als gelovigen moeten proberen te werken aan het verkrijgen van kronen, beloningen. Als hij of zij niet hard oefent, krijgt hij ook bepaalde beloningen / prijzen niet. Hij is nog wel steeds een sporter, maar het aantal beloningen (in de hemel) zal anders worden. Gods heeft jou talenten gegeven en die moet je wel volledig, hard, dienstbaar, inzetten voor Zijn glorie. Als je dat niet doet krijg je sommige kronen / beloningen niet. In de hemel krijgen we ook beloningen voor wat wij voor God hebben gedaan (Mattheüs 5:12; Lukas 6:23, 35; 1 Korinthe 3:14; 9:18) of… minder beloningen… als we minder voor God hebben gedaan. Die hemel komen we in als we geloven wat Christus heeft gedaan, maar de beloningen (aantal en soort) in de hemel zullen wel verschillen. Niet iedereen krijgt daar hetzelfde…Je wordt niet meer veroordeeld om je zonden als christen, maar nog wel beoordeeld hoe jij je talenten hebt ingezet.

Je zou ook kunnen zeggen: Jullie zijn Gods gebouw. Met de gave die God mij heeft gegeven, heb ik als een goed bouwmeester het fundament van jullie geloof gelegd. Op dat fundament bouwen andere mensen verder. Maar zij moeten wel goed opletten hóe ze daarop verder bouwen. Want niemand mag een ander fundament leggen dan dat er al ligt. Want dat fundament is Jezus Christus. Later zal vanzelf duidelijk worden hoe iedereen op dit fundament verder heeft gebouwd. Als je goed gebouwd hebt, is dat te vergelijken met goud, zilver en edelstenen. Als je slecht gebouwd hebt, is dat te vergelijken met hout, hooi en stro. Of je goed of slecht hebt gebouwd, zal te zien zijn op de laatste dag. Want die dag komt met vuur. En het vuur zal duidelijk maken waarmee is gebouwd. Als het bouwwerk dat je op het fundament hebt gebouwd, blijft staan, zul je van de Heer een beloning krijgen. Maar als het afbrandt, zul je geen beloning krijgen. Je zal wel zelf gered worden. Maar het zal zijn alsof je door het vuur bent gegaan.

1 Corinthiërs 3:9-15

Een heel groot verschil. Je redding blijft gelijk, maar je beloningen zullen anders zijn. (Die beloningen zijn al een losse Bijbelstudie waard, maar voor nu laten we het daar even bij)

Door naar het volgende vers waar je echt wel even goed om moet studeren:

Want als we de waarheid hebben gevonden, maar tóch expres ongehoorzaam blijven aan God, is er geen één offer meer wat daar nog vergeving voor kan brengen. Dan blijft er alleen een vreselijke toekomst over: het oordeel van God en het hete vuur dat de mensen zal verbranden die niet willen gehoorzamen.

Hebreeën 10:26,27

Idem hier, als je dit uit de context trekt en niet verder kijkt, gaat het helemaal fout en kun je zeggen: “zie je wel, je kunt je verlossing weer verliezen als je zondigd!”. En ook hier: context mensen, context! Kijkend naar de context en waar het boek Hebreeën over gaat, wordt er duidelijk gesproken over de zonde van ongeloof. Niet de individuele zonden die we begaan. Die context kun je meer dan duidelijk teruglezen in Hebreeën 3:7-19 waar de vergelijking wordt gelegd met het volk van Israël in de woestijn.

Als je kijkt naar het hele hoofdstuk in Hebreeën 10, dan zie je dat het eerst gaat over de oude wetten uit het Oude Testament die slechts een schaduw zijn van de komst en redding door Christus. (vers 1-4). Die wetten en het opvolgen daarvan konden niet de ongehoorzaamheid wegnemen (vers 5) en dus de offers van het bloed van stieren en geiten was niet de redding. Alleen Christus kon die redding brengen (vers 6-10). Al die offers uit het verleden (vers 11) zijn dus vervangen door het offer van Christus (vers 12-22), Hij heeft al onze zonden “gewassen” (vers 22) en daar is geen twijfel over mogelijk (vers 23). We moeten elkaar daaraan blijven herinneren, dat christus dat heeft gedaan (vers 24) want die daad van Christus is letterlijk van eeuwigheidswaarde.

Als we echter wel bewust doorgaan met het offeren van dieren (vers 26) en dus niet geloven dat al die offers nu perfect door Christus Zijn offer zijn vervangen, dan hebben we een enorm probleem. (vers 27) Dan heb je het over de zonde van het afwijzen van Jezus Christus als je persoonlijke Verlosser. Dus het afwijzen van die kennis van die waarheid nadat je die kennis hebt ontvangen. Je wist het, maar hebt het bewust afgewezen. Dan is er geen offer meer beschikbaar voor jou. Jij hebt Christus afgewezen en dan is er geen 2e weg meer om binnen te komen. Jezus Christus en zijn offer is de enige manier, dus als je die enige manier om naar de hemel te gaan afwijst, is er geen andere manier om daar te komen. Daar gaat dit vers over, in context.

Hoe weten we dat dit echt niet gaat over individuele zonden die in de weg kunnen staan? Laten we eens kijken naar Paulus en wat die zegt over zichzelf:

Wat ik nu ga zeggen is waar, en iedereen moet het geloven: Jezus Christus is in de wereld gekomen om de mensen te redden die ongehoorzaam zijn aan God. En ikzelf was de ergste van allemaal!

1 Timotheüs 1:15

Paulus zegt hier dat hij een zondaar is, maar wel een zondaar die snapt dat hij gered is door Christus. Dit is niet iemand die over zijn vorige leven praat, nee. Dit is iemand die zegt: ik ben een zondaar. Een zondaar die snapt dat hij de behoefte aan genade en vergeving begrijpt. Iedere dag weer.

En dan gaan we door naar het laatste vers voor vandaag en ook die kunnen we alleen begrijpen als we bovenstaand en deel 1 hebben doorgenomen. Daar gaan we dan:

Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoot zijn geworden van de Heilige Geest, en die het goede Woord van God geproefd hebben en de krachten van de komende wereld, en die daarna afvallig worden, weer opnieuw tot bekering te brengen, omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken. Want de aarde die de regen indrinkt, die er dikwijls op valt, en die nuttig gewas voortbrengt voor hen door wie hij ook bewerkt wordt, ontvangt zegen van God. Maar de aarde die dorens en distels voortbrengt, is verwerpelijk en de vervloeking nabij, waarvan het einde tot verbranding leidt.

Hebreeën 6:4-6

Ook dat lijkt toch te zeggen dat je wel degelijk je verlossing weer kunt verliezen. Toch? En nee, ook deze keer is het antwoord: Nee. Laten we ook die eens proberen uit te leggen.

Als we kijken in de Bijbel zien we nergens dat er iemand als echte christen wordt bestempeld als die “verlicht” is, de “hemelse gave” geproefd heeft, “deelgenoot” is geworden van de Heilige Geest, die het Woord van God “geproefd” heeft. Want over wie hebben we het als de schrijver ineens deze bewoordingen gebruikt die we nergens gebruikt zien worden in de Bijbel?

Het duidelijkste vind ik zelf het woord “geproefd”. Er wel aan gesnoept, maar niet gegeten. Er is wel licht op die persoon geschenen, maar niet in die persoon gekomen. Wel een deel van de Heilige Geest gezien, maar niet de Heilige Geest in hem gehad. Wel kerkelijk… maar geen christen. Wel godsdienstig… maar geen christen. Je was in de kerk, je hebt het allemaal gezien, allemaal “beleefd”, …. maar je volledig overgeven aan Christus? Dat heb je niet gedaan. Dan leek je aan de buitenkant wel godsdienstig of kerkelijk, maar Christus kende je niet.

En als we heel eerlijk rond om ons heen kijken.. en we kijken naar de vruchten van veel bomen die we zien in de kerken vandaag… dan zijn de vruchten rot, niet aanwezig. Er zijn heel veel bomen in kerken die geen goede bomen zijn. Ze zijn er wel, ze horen het goede nieuws iedere week, ze zijn echt super kerkelijk… ze hadden het echt kunnen weten, maar ze hebben geen of rotte vruchten en zijn dus geen christen.

En omdat ze het iedere keer konden zien, maar niet DE stap maakten deden ze het volgende zoals dat staat in dit vers:

omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken.

Deed mij ook denken aan de vergelijking van de zaaier:

Gij nu, hoort de gelijkenis van de zaaier. Bij een ieder, die het woord van het Koninkrijk hoort en het niet verstaat, komt de boze en rooft wat in zijn hart gezaaid is: dat is de langs de weg gezaaide. De op steenachtige plaatsen gezaaide is hij, die het woord hoort en het terstond met blijdschap aanneemt; maar hij heeft geen wortel in zich, doch is iemand van het ogenblik; wanneer echter verdrukking of vervolging komt om der wille van het woord, komt hij terstond ten val. De in de dorens gezaaide is hij, die het woord hoort, en de zorg van de wereld en het bedrog van de rijkdom verstikt het woord en hij wordt onvruchtbaar. De in goede aarde gezaaide is hij, die het woord hoort en verstaat, die dan ook vrucht draagt en oplevert, deels honderd-, deels zestig-, deels dertigvoudig.

Matteüs 13:18-23

De zaaier zaaide, een deel heeft het wel gehoord, maar niet verstaan en niet geloofd. Die verdrukking komt, en hoe standvastig ben je dan? (dat is de hele context van de hele Hebreeën brief) Heb je echt wortels? Ben je echt zichtbaar vruchtbaar? Echt waar?

Met het kerkelijk zijn, met godsdienstig zijn, kom je NIET in de hemel. Als dat alles is wat je doet, ondanks dat je het iedere week ziet en kunt begrijpen, maar er voor kiest om niet DE stap van volledige overgave te nemen, kruisig je Christus weer opnieuw. En daar is geen redding van mogelijk. Je was er, iedere keer, je zag het, iedere keer weer, je proefde ervan, maar at er niet van, je was er een deel van, maar niet echt in, je zag het licht maar nam het niet in je op. Jij kruisigt, door dat gedrag, bewust Christus. Dat is wat de schrijver zegt. En dan is er voor jou geen genade.

En dat is een pittig vers. Een echte christen doet dat niet. Die gaat 110% voor God. Is niet kerkelijk, niet godsdienstig, maar veel, veel, veel meer. Die draagt goede vrucht, bewerkt God Zijn akker voor 110%, geen compromis, geen “ja, maar ik vind dat”. Niets. Laten we HEEL goed oppassen op onszelf en anderen dat we Christus niet kruisigen zoals die schrijver dat zo zegt. En als we denken “nee, zo ben ik niet hoor”, dan zou ik nog een keer heel goed nadenken… wat was jouw gedrag vandaag als je wist dat je iets niet moest doen (zonde) maar toch deed? Waar ben je dan helemaal mee bezig?

En daar waarschuwt dat vers voor. Dwaal niet af, blijf standvastig, glijd niet weg naar je oude gedrag, ondanks alle onderdrukkingen (herhaling, dat is de context van de hele Hebreeën brief). Als jij een echte christen bent, dan kan dat niet eens. Eens gered, altijd gered en dan zul je, altijd, goede vruchten dragen.

Dus ja, als we deze verzen willen snappen moeten(!) we er wel voor open staan, tijd in steken, bestuderen en meer en meer. Dat is een investering die we moeten doen. Alleen dan snappen we wat er staat en wat voor prachtige verzen dit zijn die echt heerlijk zijn om te lezen. Dit is wat God van ons vraagt, iedere dag weer, voor Zijn glorie. Heerlijk.