Een levensgevaarlijke reis, een dringende vraag en een oogst die niemand zag
Dit verhaal begint met een simpele, maar levensgevaarlijke wens die we binnenkregen:
Persoon X uit land Y wil gedoopt worden. Zijn motivatie is puur: God vraagt het van hem en hij wil die oproep volgen.
Marcus 16:16 Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden.
Hij heeft geen kerk in de buurt en is tot geloof gekomen door het lezen in een Bijbel die hij heeft gekregen. Je zou denken: het antwoord is simpel, toch? “Joh, kerken zat in je land, zoek er eentje en ga!”
Maar… er is een nogal belangrijk “klein” detail: geloven in God is in land Y ten strengste verboden. Er zijn geen openlijke kerken. Er zijn wel “schuilkerken”, maar als de overheid die ontdekt, hebben ze een megaprobleem.
En als diezelfde overheid de daad van X ontdekt, kan dat ernstige gevolgen hebben, zoals gevangenisstraf of erger.

X kent geen andere christenen in zijn land, dus wij zijn op dit moment de enigen met wie hij dit soort gesprekken kan voeren.
Hij vroeg zich ook af of het een zonde is dat hij nog niet gedoopt is. We hebben daarom samen gekeken naar het volgende:
Efeziërs 2:8-9 Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme.
Oftewel: je bent gered door Gods genade, door je geloof in wat Jezus Christus voor je gedaan heeft. Punt. Dopen is een “werk” en dat redt je niet. Ja, het is prachtig om je te laten dopen uit gehoorzaamheid aan God, omdat Hij dat van je vraagt, maar de doop op zichzelf redt je niet. Bovendien kent God je hart:
Psalm 139:1-2 HERE, Gij doorgrondt en kent mij; Gij kent mijn zitten en mijn opstaan, Gij verstaat van verre mijn gedachten.
Hij weet dat je Hem wilt gehoorzamen en Hij weet dat de overheid het je momenteel onmogelijk maakt om dat te doen. Onze redding hangt niet af van het feit of wij alles kunnen doen wat God van ons vraagt. Dat was voor X een belangrijke boodschap en die korte Bijbelstudie gaf hem enorm veel rust.
Les 1: Onze redding hangt niet af van wat wij kunnen doen
We mogen God gehoorzamen en de dingen doen die Hij van ons vraagt. Maar onze redding is niet gebaseerd op onze prestaties. Niet op onze goede werken en ook niet op het feit of we wel of niet gedoopt zijn.
Onze redding is door genade, door het geloof in Jezus Christus en in wat Hij voor ons heeft gedaan.
Maar de wens blijft, en wat is die wens “vurig”!
Nu is het “toeval” dat X binnenkort op zakenreis mag naar een westers land. Dat is een uitzondering in zijn cultuur; niet iedereen is vrij het land zomaar te verlaten, dus hij behoort tot de lucky few.
We hebben samen een plan gemaakt: X kan zich laten dopen in dat andere land waar hij tijdelijk verblijft.
We hebben snel contact opgenomen met een kerk in dat land en de dominee gebeld met de vraag:
Als X volgende week zondag bij jullie binnenloopt, kunnen jullie hem dan dopen?
We kunnen je niet vertellen wie hij is, we kunnen je niet vertellen uit welk land hij komt, en video- of audio-opnames mogen niet gemaakt worden in de dienst, evenmin als foto’s. We hopen dat hij volgende week zondag bij jullie kan zijn als hij even kan ‘ontsnappen’ aan zijn reisgezelschap. Als dat niet lukt, wordt het hopelijk de week daarna.
Kunnen jullie dat regelen?
De persoon aan de telefoon begreep tussen de regels door waar het om ging, stelde geen verdere vragen en zei heel simpel: “Ja, geen enkel probleem, dat regelen we. Punt.” Hij vroeg nog of wij een terugkoppeling wilden, maar gezien de (on)veiligheid en privacy van X hebben we aangegeven dat niet te willen. Hoe minder mensen er iets van weten, hoe beter het is.
Die dominee vertrouwde ook op God en deed gewoon wat God op zijn weg bracht. Iets om over na te denken als een andere christen jou iets vraagt. Vertrouw je hem dan ook zo?
En nog wat anders… X is tot geloof gekomen door het lezen in een Bijbel die hij heeft gekregen. Die Bijbel is via, via, via bij hem terechtgekomen. De persoon die die Bijbel heeft gekocht, heeft geen idee dat X die bijbel heeft gekregen. De eerste persoon die die bijbel uitgedeeld heeft in land Y heeft ook geen idee dat die bijbel uiteindelijk bij X terecht is gekomen. De persoon die die Bijbel uiteindelijk aan X heeft gegeven, kent X persoonlijk ook niet en hij heeft er ook geen contact (meer) mee. Al die mensen die deze Bijbel hebben doorgegeven, hebben dat gedaan in het vertrouwen dat het nodig was, in navolging van Matteüs 28:19 en Romeinen 10:17. Ze hebben alleen nooit de uitkomst van hun acties gezien. Ze hebben geploegd op God Zijn akker, maar nooit de oogst gezien.
Al die mensen die die bijbel hebben (door)gegeven krijgen wellicht de vraag: “En, hoe zit het met de oogst van jullie zegeningswerk?”. En al die mensen hebben (in dit geval) moeten zeggen: “Geen idee, we ploegen, maar oogst hebben we nog niet gezien.”
Wij ontmoeten regelmatig zendelingen aan wie deze vraag ook wordt gesteld: “Hoe zit het met de oogst?”
Die zendelingen voelen dat soms aan als een vraag waarbij ze verantwoording moeten afleggen aan iemand anders. En als er geen oogst is, worden ze beoordeeld, want dan doen ze het blijkbaar niet goed genoeg? Dat soort vragen schuurt enorm bij veel zendelingen en brengt ze in een lastig pakket. Want wat moet je antwoorden als je simpelweg geen idee hebt wat God met jouw werk aan het doen is?
We hebben voorbeelden van zendelingen die dan maar “mooie verhaaltjes” gaan ophangen om toch maar iets te kunnen vertellen over “oogst”. En laat ik heel duidelijk zijn: de verantwoordelijkheid om eerlijk te blijven ligt natuurlijk bij de zendeling zelf. Je mag geen verhalen verzinnen of resultaten mooier maken dan ze zijn.
Maar tegelijkertijd kan de manier waarop die vraag gesteld wordt dit gedrag wel degelijk aanwakkeren. Als een zendeling steeds het gevoel krijgt dat hij pas goed bezig is als hij indrukwekkende resultaten kan laten zien, wordt de verleiding om die resultaten dan maar wat mooier te maken steeds groter.
Dat is noch voor de vraagsteller gezond, noch voor de zendeling zelf.
Maar… het gebeurt.
En waarschijnlijk meer dan je zou willen weten.
Ai ai ai ai…
Les 2: Voor degene die naar de oogst vraagt
Voor de vraagsteller zit daar een les in: het vragen naar de oogst is een vreemde vraag, naar mijn idee. De zendelingen zelf weten vaak helemaal niet wat de oogst is. Ze vertrouwen op God, doen wat God van hen vraagt en daarmee is het voor hen klaar.
Dus, beste vraagsteller… Vertrouw jij ook op God en kun je het loslaten? Of is die vraag stiekem toch een beoordeling van het werk van die zendeling? Of ben je menselijk gezien stiekem gewoon nieuwsgierig naar spannende verhalen?
Want hoe moet een zendeling weten wat God uiteindelijk met zijn werk doet?
Hoeveel mensen hebben ooit een Bijbel doorgegeven zonder ooit te weten waar die Bijbel uiteindelijk terecht zou komen?
Hoeveel mensen hebben ooit met iemand over Jezus gesproken zonder ooit te weten wat God daarmee heeft gedaan?
Je weet het simpelweg niet. Dus misschien moeten we wat voorzichtiger zijn met de vraag: “En, hoe zit het met de oogst?”
Les 3: Voor de zendeling
En ook voor de zendeling zit er een les in dit verhaal:
1 Korinthe 3:6 Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien. 7. Dus is dan noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God, Die laat groeien. 8. En hij die plant en hij die begiet, zijn één, maar ieder zal zijn eigen loon ontvangen overeenkomstig zijn eigen inspanning. 9. Want Gods medearbeiders zijn wíj. Gods akker en Gods bouwwerk bent ú.
Jij, als zendeling, plant, bemest en geeft water, maar jij bent het niet die laat groeien. Dat is God.
En dat “bemesten” staat er bewust. Want laten we eerlijk zijn: bemesten is soms gewoon smerig werk. Je staat met je handen in de mest en na afloop ruik je ernaar. Niet bepaald het meest glamoureuze klusje.
Zendingswerk is soms precies zo. Het is niet altijd mooi, inspirerend of spectaculair. Soms is het gewoon hard werken, problemen oplossen, naast iemand blijven staan, gesprekken voeren die nergens lijken te komen, steeds opnieuw beginnen en ja… soms zit je behoorlijk met je handen in de “mest”.
Maar ook dan ben jij niet degene die laat groeien. Je kunt dus trouw zijn in wat je doet zonder dat je ooit weet wat het uiteindelijke resultaat daarvan zal zijn. Wellicht zie jij nooit “de oogst”. Maar vertrouw op God dat Hij doet wat jij niet kunt doen.
Dit verhaal is een voorbeeld van meerdere mensen die hebben geplant, bemest en water gegeven, maar niets wisten van de prachtige oogst die er wel degelijk was!
De persoon die de Bijbel kocht, wist het niet.
De mensen die hem doorgaven, wisten het niet.
De persoon die hem uiteindelijk aan X gaf, wist het niet.
En toch heeft X die Bijbel gelezen, is hij tot geloof gekomen en wil hij zich nu laten dopen.
Dat is oogst.
Alleen hadden al die mensen die eraan hebben meegewerkt geen idee dat die oogst bestond. Dus blijf planten. Blijf bemesten. Blijf water geven. Blijf doen wat God van je vraagt. En als je de oogst nooit ziet?
Prijs God dan voor de oogst die jij niet hebt gezien en wellicht nooit zult zien.
En toen werd het persoonlijk…
Na dat gesprek en het afhandelen van de praktische kant, bracht het mij tot een zeer confronterende zelfreflectie.
Ik, die er vroeger moeite mee had om op zondag om 9 uur uit bed te komen voor de kerk, schaam me nu. Want wat stelt die kleine inspanning voor in vergelijking met de moed van X?
Deze man riskeert alles. Een gevaarlijke reis van land Y naar land Z, alleen om God te volgen. Mijn oude gedrag voelt als een lauw excuus.
Zulke contacten zijn een enorme zegen. Ze laten ons medechristenen zien die vol vuur zijn, zonder compromissen en met alles wat ze hebben. En dat is een krachtige les voor ons allemaal.
Les 4: Voor onszelf
Hoe staat jouw vlam ervoor? Brand je vol vuur, of wint dat lekkere warme bed op zondagmorgen? Laat X’s moed een les zijn.
Niet omdat hij daardoor “beter” is dan wij. En ook niet omdat God hem meer liefheeft omdat hij meer risico’s neemt. Maar zijn leven laat ons wel zien hoe gemakkelijk wij het soms hebben.
X kan zijn geloof niet zomaar openlijk beleven.
Wij wel.
X moet nadenken over wie hij kan vertrouwen.
Wij hoeven ons daar meestal geen zorgen over te maken.
X is bereid een gevaarlijke reis te maken om zich te laten dopen.
En wij kunnen soms al moeite hebben om op zondagmorgen uit bed te komen.
Dat is best confronterend. Dus misschien is het tijd om weer eens wakker te worden.
Kom op, sta op en volg God met alles wat je hebt.
Les 5: Discipelen maken
Oh… nog even iets anders. Jij, lezer, ook jij leest dit en leert iets over wie God is en hoe Hij werkt. En daarmee ben ook jij deel van de oogst.
Wat? Ja, zeker! God vraagt een zendeling niet om simpelweg “nieuwe christenen” te maken. Hij vraagt:
Mattheüs 28:19-20 Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.
Iemand tot Zijn discipel maken en hem of haar leren wat God heeft geboden, gaat veel, veel, veel verder dan “simpelweg nieuwe christenen maken”.
Het gaat om een leven lang leren wie God is, wat Hij van ons vraagt en hoe we Hem mogen volgen.
En vandaag… heb jij ook iets geleerd over wie God is. Je hebt iets geleerd over Zijn genade, over gehoorzaamheid, over vertrouwen en over hoe Hij werkt door mensen die misschien zelf nooit de oogst zien.
Jouw discipelschap is dus ook weer gegroeid. Dus jij, lezer, bent ook een deel van de oogst. Heb je daar, als lezer én wellicht als zendeling, eigenlijk wel eens bij stilgestaan?
Welkom in ons “normale” leven, soms best wel een avontuur. 🙂
X, het ga je goed.
Je bent onze held vandaag.
Ga met God.