De 80/20 procent regel.
Toen ik nog in een commerciële baan werkte, wist ik meestal precies waar ik aan toe was. Er was een baas die de lijnen uitzette, mijn werktijden stonden vast en ik wist ruwweg wat er van mij verwacht werd. Natuurlijk waren er uitzonderingen, maar het grootste deel van mijn werk, misschien wel 80 procent, bestond uit routine en was gepland. Slechts 20 procent vroeg om improvisatie of werd beïnvloed door een planningsvraagstuk. En als de werkdag voorbij was, “17:00 uur, deur in het slot en weg. Einde werkdag.” Ook waren zaken als pensioen, ziektekosten e.d. gewoon voor jou geregeld.
In de zending heb ik gemerkt dat dit volledig omgekeerd ligt bij ons werk op deze plek waar we nu zijn.
Misschien 20 procent van wat ik doe, volgt een vast patroon of een bekende weg. De rest, 80 procent, het overgrote deel, is verrassend, chaotisch, niet gepland of ineens anders gepland.
Telkens opnieuw moet je uitzoeken hoe je iets aanpakt of oplost, wanneer iets wel of juist niet kan. Het voelt vaak alsof je voortdurend in de stand van improviseren en herplannen staat.

Dat maakt het werk prachtig en geen enkele dag is hetzelfde. Je leert steeds meer om afhankelijk te zijn van God en minder te vertrouwen op je eigen plannen. Tegelijk is het ook intensief, want er is niemand die exact vertelt wat de volgende stap is. Er zijn geen vaste werktijden, vaak geen duidelijke roosters en soms ook geen heldere verwachtingen van buitenaf. Je moet zelf keuzes maken, grenzen bewaken en steeds opnieuw prioriteiten stellen.
Het zijn daarom tropenjaren. Intensief, maar waardevol. In Polen werden we 5 jaar ouder per jaar, in Duitsland worden we “nog maar” 2 jaar ouder per jaar.
Ik herken steeds meer wat Paulus schrijft:
“Wanneer ik zwak ben, dan ben ik machtig” (2 Korinthiërs 12:10).
In de momenten dat ik toch uitgeput raak door de onvoorspelbaarheid, ontdek ik tegelijk dat Gods genade genoeg is. Niet mijn routine of planning draagt het werk, maar Hij die me elke dag opnieuw leert vertrouwen in de chaos.